Nieuws  |  

28.05.2021

Autofiscaliteit: wat brengt de toekomst?

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Vorige maand deed Minister van Financiën Vincent Van Peteghem zijn langverwacht hervormingsplan voor mobiliteit uit de doeken dat voornamelijk moet zorgen voor een vergroening van ons wagenpark. Een belangrijk deel van dit plan heeft betrekking op de autofiscaliteit dat vanaf 2023 grondig zal wijzigen.

Ondertussen werd het voorstel druk bediscussieerd in regeringskringen en is er een definitief wetsontwerp beschikbaar. Ondanks het feit dat de nieuwe regelgeving die vandaag op tafel ligt nog niet als definitief mag beschouwd worden, zijn de grote lijnen reeds duidelijk.

Hierna lichten we de belangrijkste wijzigingen toe zodat het meteen duidelijk is waarmee je rekening moet houden bij de aanschaf van een toekomstige bedrijfswagen.

 

1. De huidige fiscale spelregels voor bedrijfswagens

Voor een goed begrip van de wijzigingen die vanaf 2023 stelselmatig in voege zullen gaan, is het belangrijk om nog even stil te staan bij het huidige fiscale stelsel van de bedrijfswagens:

Met bedrijfswagen bedoelen we een personenwagen in de gebruikelijke zin van het woord die zowel voor beroeps- als privéverplaatsingen kunnen gebruikt worden. De specifieke bedrijfsvoertuigen zoals een lichte vracht worden hier niet bedoeld en blijven voorlopig buiten schot voor wat de nieuwe regels betreft.

De fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens wordt bepaald aan de hand van een bepaalde formule waarbij de CO2-uitstoot van de wagen en het type motor de grootste impact heeft op de uitkomst van de formule. In het algemeen mag aangenomen worden dat hoe hoger de uitstoot van de wagen, hoe kleiner de fiscale aftrek. De aftrek kan evenwel nooit kleiner zijn dan 40% en nooit hoger dan 100%.

De meeste benzine en dieselwagens hebben op vandaag een fiscale aftrekbaarheid tussen de 50% en 65%. De kosten verbonden aan elektrische wagens daarentegen zijn volledig aftrekbaar om de simpele reden dat deze wagens geen uitstoot hebben en de formule aldus resulteert in een aftrekbaarheid van 100%.

Ook de hybride wagens die een brandstofmotor combineren met een elektrische motor, zijn nagenoeg steeds 100% aftrekbaar. Om misbruik te voorkomen heeft de fiscus evenwel een aantal bijkomende voorwaarden ingevoerd voor dergelijke hybride wagens om van deze volledige aftrek te kunnen genieten. Zogenaamde fake hybrides waarbij de batterijcapaciteit t.o.v. het wagengewicht verwaarloosbaar is, worden gelijkgesteld met een wagen met enkel een brandstofmotor wat een lagere aftrekbaarheid tot gevolg heeft.

De CO2-uitstoot van een wagen kan uitgedrukt worden volgens twee normen zijnde NEDC 2.0 of WLTP. De WLTP-norm is een strengere norm en de opvolger van NEDC. Bijgevolg is de WLTP-uitstoot van wagens dan ook meestal hoger dan die volgens de oude norm. Voor toepassingen in de inkomstenbelasting laat de fiscus toe dat de laagste van deze twee normen wordt weerhouden indien deze voor de wagen zijn opgegeven op het gelijkvormigheidsattest en de wagen werd aangekocht voor 01/10/2021. Vanaf 2021 wordt de uitstoot van alle nieuwe wagens evenwel enkel nog bekend gemaakt volgens de WLTP-cyclus. Wagens die na 1 oktober van dit jaar worden aangekocht en waarvan er geen WLTP-uitstoot gekend is, krijgen een hoge forfaitaire uitstootwaarde toegewezen zodat het gebruik van oudere wagens als bedrijfswagen sterk ontmoedigd wordt.

 

2. Geleidelijke overgang nieuw stelsel vanaf 2023

Wagens aangekocht vanaf 01/07/2023 zullen zich bevinden in een overgangsfase en geleidelijk in het nieuw stelsel terechtkomen. Wagens die voor 01/07/2023 worden aangeschaft (= getekende bestelbon) behouden hun oude fiscale stelsel zoals hiervoor toegelicht.

 

2.1 Wagens met enkel een verbrandingsmotor

Vanaf 01/07/2023 wordt de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens met louter een verbrandingsmotor (benzine of diesel) stelselmatig naar 0 herleid. Deze beperking gaat in vanaf aanslagjaar 2026 (boekjaar ten vroegste gestart op 01/01/2025).

De maximale fiscale aftrekbaarheid van deze wagens wordt afgebouwd als volgt:

  • AJ 2026: 75%;
  • AJ 2027: 50%;
  • AJ 2028: 25%;
  • AJ 2029: 0%.

 

Wagens met enkel een verbrandingsmotor die vanaf 01/01/2028 worden aangekocht zijn dus niet langer fiscaal aftrekbaar.

 

2.2 Wagens met een verbrandings- en elektrische motor

De aftrekregels voor de hybride wagens zijn identiek aan die van de wagens met enkel een verbrandingsmotor met uitzondering van de (fossiele) brandstofkosten. Vanaf 01/07/2023 zal de aftrek van de benzine- en dieselkosten van een hybride wagen steeds beperkt worden tot 50%.

 

2.3 Wagens met enkel een elektrische motor

De toekomst volgens de regering. Deze wagens behouden hun volledige fiscale aftrekbaarheid tot en met aanslagjaar 2027 (boekjaren ten vroegste gestart op 01/01/2026). Vanaf dan wordt ook de fiscale aftrekbaarheid van deze wagens getrapt teruggebracht naar lager percentage, zijnde 67,5%.

Dit gaat als volgt:

  • AJ2028: 95%;
  • AJ2029: 90%;
  • AJ2030: 82,5%;
  • AJ2031: 75%;
  • AJ2032: 67,5%.

 

3. Een laadpaal voor iedereen

Wie elektrische wagen zegt, zegt meteen ook laadpaal. Om de groei aan beschikbare (slimme) laadpalen te stimuleren, zal de regering voorzien in een belastingvermindering voor particulieren die investeren in dergelijke laadpaal thuis. Wie investeert tussen 01/09/2021 en 31/12/2022 kan rekenen op een belastingvermindering van 45%. In 2023 bedraagt het tarief 30% en in 2024 15%. Het maximum voordeel is € 1.500 per laadpaal.

Ook ondernemingen kunnen op extra steun rekenen indien zij investeren in laadpalen die ook publiek toegankelijk zijn. Tussen 01/09/2021 en 31/08/2024 geldt er een verhoogde kostenaftrek voor dergelijke investeringen.