Nieuws  |  

24.07.2020

Vlaamse regering voorziet steun aan bus-, autocar- en taxisector

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

De vraag naar bus-, autocar- en taxivervoer is ten gevolge van de coronacrisis zwaar teruggevallen. Het is belangrijk dat deze sectoren ook in de toekomst hun rol kunnen blijven innemen in het vervoerssysteem. Daarom heeft de Vlaamse Regering op de ministerraad van 10 juli 2020 een reeks steunmaatregelen in de vorm van subsidies en overbruggingskredieten voorzien die deze sectoren moeten toelaten de crisisperiode te overleven.

Deze steunmaatregelen zijn bedoeld als tussenkomst in de vaste kosten die de sector moet blijven dragen op een ogenblik dat de omzet met meer dan 80% (bus- en autocar) of zelfs 90% (taxisector) daalde. De voertuigen zijn de belangrijkste vaste kost voor deze sectoren.

Daarom zijn de steunmaatregelen gebaseerd op de aankoopprijs van de autobussen en autocars of, voor de taxibedrijven, de omvang van het wagenpark.

De bussen die in opdracht van De Lijn rijden komen niet in aanmerking voor deze steunmaatregelen gezien de aparte regeling die met VVM De Lijn werd getroffen. Dit geldt ook voor de bussen die worden ingezet voor ritten in het kader van het buitengewoon onderwijs (samenwerking Onderwijs – De Lijn) alsook voor de bussen die blijvend konden ingezet worden voor het vervoer van personeel van bedrijven. Tenslotte vallen ook de voertuigen die bedoeld zijn voor ziekenvervoer uit de boot.

 

1. Subsidie voor bus- en autocarsector

Er wordt een subsidiebudget van 15.540.000 € voorzien voor de bus- en autocarsector. De subsidie wordt berekend op basis van de aankoopwaarde van de voertuigen die worden ingezet voor het bijzonder geregeld vervoer en het ongeregeld vervoer.

Bij goedkeuring van de subsidieaanvraag wordt een eerste subsidieschijf ten belope van 1% van de aankoopwaarden van de in aanmerking komende autobussen en autocars uitbetaald.

Na de uiterste indieningsdatum voor de aanvragen (31 augustus 2020) en na uitbetaling van de eerste subsidieschijven zal het nog beschikbare subsidiebudget op basis van de aankoopwaarden van de in aanmerking komende autobussen en autocars gelijkmatig toegekend worden aan de aanvragende bedrijven.

Deze subsidie valt onder de “de minimis” regeling die bepaalt dat aan een onderneming in de laatste drie jaar (het lopende en de twee voorgaande boekjaren) niet meer dan 200.000 € “de minimis” steun mag toegekend worden. De subsidie bedraagt dus maximaal 200.000 € of minder naargelang de onderneming in de referentieperiode reeds andere “de minimis” steun (zoals bv. KMO-portefeuille of KMO-Groeisubsidie) heeft gekregen.

 

2. Overbruggingskrediet voor bus-, autocar- en taxisector

De meeste bedrijven uit de bus-, autocar- en taxisector kunnen momenteel geen beroep doen op de achtergestelde coronalening van PMV/z.  Door de verminderde vraag naar hun diensten kunnen zij immers nog niet aan de tewerkstellingsvoorwaarde (terugkeer naar minimum 80% tewerkstelling of minimum 50% van het personeelsbestand uit tijdelijke werkloosheid halen) voor deze lening voldoen. Bovendien is het minimaal te ontlenen bedrag van 25.000 € te hoog voor de kleinere bedrijven uit deze sectoren.  Zij hebben eerder nood aan leningen tussen 5.000 en 25.000 euro om de economische impact van de coronacrisis te kunnen opvangen.

Daarom zal PMV/z in naam en voor rekening van het Vlaams Gewest aan de bedrijven uit deze sectoren een achtergestelde lening aanbieden aan de volgende voorwaarden:

  • Looptijd : 3 jaar.
  • Aan te rekenen intrest : 3%
  • Intrest op het einde van de lening te voldoen
  • Keuze om vanaf het tweede jaar te starten met kapitaalaflossing of om de kapitaalaflossing integraal op het einde van de lening uit te voeren

 

Het maximale kredietbedrag wordt bepaald op basis van de waarde van het voertuigpark :

  • Voor autobus- en autocarondernemingen : 1,5% van de aankoopwaarde van de in aanmerking komende voertuigen.
  • Voor taxibedrijven : 2.000 euro per voertuig dat in aanmerking komt

 

Op basis van dit maximale kredietbedrag kan het bedrijf  beslissen voor welk bedrag het een achtergestelde lening wenst op te nemen. Indien het bedrijf opteert voor een bedrag van 25.000 euro of meer wordt het doorverwezen naar de achtergestelde coronalening. Indien het bedrijf opteert voor een kredietbedrag van minder dan 25.000 € en minstens 5.000 € zal PMV/z in naam en voor rekening van het Vlaams Gewest een achtergestelde lening aanbieden voor dat bedrag.

Ook dit overbruggingskrediet valt onder de “de minimis” regeling.

3. Hoe aanvragen?

Bedrijven die in aanmerking wensen te komen voor deze steunmaatregelen dienen ten laatste tegen 31 augustus 2020 een aanvraag in via https://www.coronasteun-ta.mow.vlaanderen.be.

Welke informatie hiervoor dient aangeleverd te worden kan voor de bus- en autocarsector teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/coronasteun-premie-en-lening-voor-autobus-en-autocarsector en voor de taxisector op https://www.vlaanderen.be/coronasteun-lening-voor-taxisector .

 

Indien je vragen hebt over deze steunmaatregel, aarzel niet om contact op te nemen met jouw klantverantwoordelijke of rechtstreeks met onze subsidie-expert.  Je kan ons steeds bereiken via het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.