Actualité |  

22.01.2021

Verenigingswerk anno 2021: niet meer onbelast, en (voorlopig) enkel voor de sportsector

Partager

Partager sur facebook
Partager sur twitter
Partager sur linkedin
Partager sur email

Vanouds konden sporttrainers bij een lokale sportclub, animatoren bij een jeugdclub, gidsen, begeleiders van schooluitstappen… op hun prestaties tot zo’n 6.000,00 EUR op jaarbasis onbelast bijverdienen. Deze prestaties worden veelal ‘verenigingswerk genoemd’.

Deze regeling kwam eind volgend jaar te vervallen. Op vandaag kan enkel nog de sportsector verenigingswerk toepassen, en bovendien dienen zowel de verenigingswerker als de vereniging bij te dragen: op het verenigingswerk zijn op vandaag een beperkte fiscale heffing en sociale bijdragen verschuldigd.

 

Enkel nog voor de sportsector

Vanaf 1 januari 2021 kan men enkel nog verenigingswerk verrichten voor een sportvereniging. De overige verenigingen (denk aan hospitalen, scholen, kinderopvang, …) kunnen op vandaag dus geen beroep meer doen op verenigingswerkers.

Concreet betekent dat dat enkel volgende personen nog verenigingswerk kunnen verrichten:

  • De animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt;
  • De sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid,steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  • De conciërge van sportinfrastructuur;
  • Zij die  hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
  • Zij die hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
  • De verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.

 

Daarnaast dient opgemerkt te worden dat niet zomaar iedereen kan bijklussen als sportcoach. Enkel de personen die reeds een andere beroepsbezigheid bekleden die minstens 50% van een voltijdse tewerkstelling bedraagt kunnen aan verenigingswerk doen.

Tot slot is het zo dat men per kwartaal voor maximaal 150 uren aan verenigingswerk kan doen. Voor elk gepresteerd uur dient in een minimale vergoeding van 5,10 EUR voorzien te worden. Op jaarbasis mag men maximaal 6.390 EUR verdienen, en op maandbasis maximaal 1.065 EUR.

 

Sociale bijdragen en fiscale heffing

De inkomsten worden niet langer volledig vrijgesteld. Er is een sociale solidariteitsbijdrage van 10% op de inkomsten verschuldigd in hoofde van de vereniging, en een fiscale heffing van 10% die door de verenigingswerker zelf gedragen moet worden (de heffing bedraagt 20%, na aftrek van een forfait van 50 % van de inkomsten voor kosten). Op een vergoeding van 50 EUR zal de verenigingswerker dus een fiscale heffing van 5 EUR betalen (20% van 25) EUR en de vereniging een solidariteitsbijdrage van 5 EUR (10% op 50 EUR).

 

Wat brengt de toekomst?

Zoals hierboven reeds aangehaald geldt deze regeling op vandaag enkel voor de sportsector. In de andere sectoren (denk aan jeugdvereniging, schoolwerk, …) kan momenteel dus geen beroep gedaan worden op verenigingswerk.

Er moet benadrukt worden dat deze regeling slechts tijdelijk is: in de schoot van de federale regering werkt men momenteel aan een structurele omvorming van de verenigingswetgeving andere verenigingen (bv. in de socioculturele sector) in de toekomst opnieuw van verenigingswerk gebruik zullen kunnen maken. Het is op vandaag echter nog koffiedik kijken onder welke voorwaarden en modaliteiten dat zal gebeuren.

 

Si vous souhaitez obtenir plus d’informations à ce sujet, n’hésitez pas à contacter l’un de nos spécialistes au numéro 051 26 82 68 ou par é-mail à info@titeca.be.