Verticale samenwerking: een pragmatische aanpak

deel dit nieuws

Ingevolge een wijziging in btw-wetboek kunnen samenwerkingsverbanden tussen (para)medische beroepsbeoefenaars mogelijks ongewenste btw-gevolgen hebben. Het betreffen voornamelijk de situaties van de zogenaamde ‘verticale samenwerking’ (= afstand van erelonen aan de praktijkhouder). Voor deze situaties kan in een oplossing voorzien worden, zodat men ook in deze samenwerkingsvorm niet met btw geconfronteerd wordt.

 

 

1. Verticale samenwerking: wat?

 

Kort gesteld bestaat het systeem van verticale samenwerking erin dat er 1 praktijkhouder is (vennootschap of eenmanszaak), die op zijn beurt één of meerdere zelfstandige collega’s aantrekt om met hem samen te werken. Elk reikt in eigen naam getuigschriften uit die al dan niet centraal geïnd worden. Meestal wordt de praktijk, het materiaal, IT infrastructuur… ter beschikking gesteld door de praktijkhouder. In ruil hiervoor staan de zelfstandige medewerkers een vast percentage van de door hen geïnde erelonen af. Door de btw-wijziging inzake de samenwerkingsverbanden dreigt men vanaf 1.1.2020 btw te moeten betalen op deze afstand van erelonen, omdat de btw-administratie deze aanziet als een ‘doorrekening van kosten’.

 

 

2. Oplossing: kwalificatie als onderaanneming

 

Vanuit de diverse beroepsorganisaties is er vrij veel lobbywerk geweest. Op vandaag bestaat er dan ook een pragmatische oplossing om bovenvermelde btw-problematiek te vermijden en dit zowel voor vennootschappen-praktijkhouders als voor eenmanszaken-praktijkhouders (onder voorbehoud).

 

De oplossing bestaat erin om de samenwerking te kwalificeren als een vorm van ‘onderaanneming’. Dit kan onder de volgende voorwaarden:

 

  • De getuigschriften die uitgereikt worden staan op het ondernemingsnummer van de vennootschap-praktijkhouder of eenmanszaak-praktijkhouder;
  • Op de getuigschriften wordt het individueel RIZIV-nummer van de beroepsbeoefenaar vermeld;
  • De inkomsten worden centraal door de praktijkhouder geïnd;
  • Er bestaat een contract van dienstverlening tussen de praktijkhouder en zijn zelfstandige medewerkers.

Indien aan bovenvermelde voorwaarden voldaan is, dan kwalificeert de doorstorting van het ereloon door de praktijkhouder aan de zelfstandig medewerker niet langer als een ‘doorrekening van kosten’, maar wel als vergoeding voor medische prestaties dewelke vrijgesteld is (en blijft) van btw.

 

 

3. Concreet

 

De nieuwe regels inzake de samenwerkingsverbanden treden in werking met ingang van 1.1.2020. Voor samenwerkingen tussen vrije beroepers die op heden nog niet aan de nieuwe regels voldoen is het dus aan te raden om op korte termijn actie te ondernemen.

 

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties