Volg ons

Belastingvermindering pensioensparen

deel deze publicatie

Op maandag 9 april is de wet (BS 30 maart 2018) omtrent het extra pensioensparen in werking getreden. De circulaire 2018/C/72 dd. 11/06/2018 brengt enige verduidelijking hieromtrent. Ondanks de late inwerkingtreding blijkt uit een rondvraag dat de meeste banken en verzekeraars deze extra optie nog niet echt in de aanbieding hebben.

 

 

1. Algemene principes

 

1.1. Wat is pensioensparen

 

In het kader van pensioensparen wordt er jaarlijks een bedrag opzij gezet. Op deze manier kan op lange termijn een aanvulling op het wettelijk pensioen bijeen worden gespaard. Onder bepaalde voorwaarden kan er een belastingvoordeel worden verkregen. Het bedrag van de stortingen dat in aanmerking komt voor de belastingvermindering is beperkt per jaar. De betalingen voor het pensioensparen komen in aanmerking voor een belastingvermindering indien de belastingplichtige:

 

  • een leeftijd heeft van minstens 18 en niet ouder dan 64;
  • de spaarrekening of spaarverzekering minstens een looptijd van 10 jaar heeft;
  • een Belgische Rijksinwoner of inwoner van de EER is.

 

1.2. Verschillende pensioenspaarrekening/-verzekeringen in één jaar?

 

Tijdens het belastbaar tijdperk mag de belastingplichtige slechts één pensioenspaarrekening of -verzekering bezitten. Indien er meerdere contracten tegelijk lopen, is er maar recht op een belastingvermindering voor één van de contracten. Dit principe geldt ook voor een overdracht naar een nieuwe contract. Bij een storting in een oud en een nieuw contract, zal er slechts één betaling in de aangifte mogen worden opgenomen.

 

 

2. Vanaf 2018

 

Voor inkomstenjaar 2018 krijgen de pensioenspaarders een extra keuze. In eerste instantie blijft het maximumbedrag van 960 euro, met een belastingvermindering van 30%, behouden. Optie twee is een hoger plafond van 1.230 euro met een belastingvermindering die echter wel beperkt is tot 25%.

 

Ingeval dat de belastingplichtige meer dan 960 euro opzijzet, zal de belastingvermindering van 30% niet meer worden gehanteerd maar wel het lagere tarief van 25% en dit op het geheel. Dit kan alleen in het geval dat de belastingplichtige zijn definitieve keuze aan de bank meedeelt om te opteren voor het hogere bedrag. Indien hij geen expliciet en voorafgaand akkoord heeft gegeven dient de financiële instelling het overschreden gedeelte kosteloos terug te storten. De keuze van de belastingplichtige is onherroepelijk en uitsluitend geldig voor dat jaar. De keuze moet jaarlijks worden hernieuwd en zal niet worden aanschouwd als ‘nieuw contract’.

 

Voor de aangifte dient er steeds gekeken te worden naar de werkelijk betaalde uitgave. Er kan niet geopteerd worden om een lager bedrag aan te geven in de aangifte om zo een hoger voordeel te verkrijgen. Via de fiches die de banken opmaken, zal de fiscus hier controle op kunnen uitoefenen.

 

Voorbeeld: werkelijke betaalde uitgave 1.000 euro, de belastingplichtige heeft geopteerd voor het verhoogd pensioensparen bij de financiële instelling. De belastingplichtige doet een nadeel van 38 euro (= 960 x 30% - 1.000 x 25%). De belastingplichtige mag in dit geval niet opteren om 960 euro in de aangifte te vermelden om zo het hogere belastingvermindering te genieten.

 

 

2.1 Hoe wordt het kapitaal belast

 

Er zal een eindbelasting worden geheven op het bijeen gespaarde kapitaal. Deze is identiek voor beide systemen en gebeurt door een anticipatieve heffing van 8%. De anticipatieve heffing wordt geheven op de 60ste verjaardag. De stortingen die lopen tot in het jaar waarin men 64 wordt, hebben recht op een belastingvermindering.

 

Conclusie: een hoger bedrag sparen is enkel nuttig bij een hoog rendement van de pensioenspaarrekening of –verzekering. In quasi alle andere gevallen is het interessanter om het lagere bedrag (960 euro) te storten.

 

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties