Volg ons

De fiets en de vennootschap

deel deze publicatie

Met het oog op een groenere en vlottere mobiliteit wint de fiets als duurzaam vervoermiddel aan
populariteit. Almaar meer bedrijven zien de fiets als een volwaardig alternatief voor de bedrijfswagen
en stappen naar een vaste aanbieder van tweewielers om zich van een bepaald merk of model te
verzekeren.

 

Het beschikbaar aanbod op de fietsenmarkt breidt met rasse schreden verder uit
(elektrische fietsen, speed pedelecs, plooifietsen…). Ook de verschillende financieringsopties zijn
heel uiteenlopend. Het onderscheid in terminologie is niet altijd even duidelijk.


1. AANKOPEN, LEASEN OF HUREN?


Bij aankoop wordt de vennootschap zowel economisch als juridisch eigenaar van de fiets. De vennootschap
heeft absolute vrijheid en kan met andere woorden doen en laten wat ze wilt met de tweewieler.
Vanzelfsprekend is het de vennootschap die vervolgens alle kosten verbonden aan het gebruik ervan draagt,
vaak wel via een onderhouds- of herstelcontract dat bij de leverancier of een specifieke fietsenwinkel
afgesloten wordt.
Bij financiële leasing wordt de vennootschap als leasenemer louter economisch eigenaar van de fiets en is
het de leasinggever die juridisch eigenaar blijft. Er kan pas sprake zijn van een echte (financiële) leasing
indien de aankoopoptie bij afloop van het contract maximaal 15% van de aanschaffingswaarde bedraagt. Aan
de periodieke kapitaalsaflossingen is uiteraard een financiële component (interestlast) verbonden. Bij
financiële leasing is het doorgaans de bedoeling om de aankoopoptie te lichten en de geleasede fiets
uiteindelijk ook te kopen, waardoor financiële leasing een echt alternatief voor een (al dan niet gefinancierde)
aankoop vormt. Het is de vennootschap die als economische eigenaar verantwoordelijk is voor alle kosten
van onderhoud, herstellingen, verzekeringen… Opnieuw kan een vaste leverancier van deze diensten
aangesproken worden.
Zowel bij aankoop als bij financiële leasing kan de fiets door de vennootschap afgeschreven worden. De
boekhoudkundige afschrijvingen maken voor de vennootschap, onder voorwaarden, een aftrekbare kost uit
(in 2019 nog tot 120%).
Bij een huur of renting wordt de vennootschap noch economisch, noch juridisch eigenaar. Indien het contract
ook een aankoopoptie bevat (financiële renting), zal deze minimaal 16% van de aanschaffingswaarde
bedragen. Indien er geen aankoopoptie is, spreekt men van operationele renting. Het is de verhuurder die in
beginsel de kosten verbonden aan de fiets draagt. De periodieke betaling door de vennootschap kan met
andere woorden gezien worden als een ‘all in’-betaling. Bij afloop van het contract is het normaal niet de
bedoeling om uiteindelijk ook eigenaar te worden. Een huur of renting beoogt voornamelijk het tijdelijk gebruik
van de fiets.
De betalingen bij renting zijn, eveneens onder voorwaarden, 100% aftrekbaar (ook in 2019).

 


2. PUBLICITEITSKOSTEN EN RELATIEGESCHENKEN


Almaar vaker brengen bedrijven het bedrijfslogo of de bedrijfsnaam aan op allerlei dagdagelijkse producten,
met de bedoeling deze aan klantenrelaties te verstrekken. Fietsaccessoires (verlichting, bidons, kledij…) zijn
op heden zeker geen uitzondering meer. Wat met de kosten die de werkgever-vennootschap maakt in
verband met deze producten?
De kosten van relatiegeschenken zijn in de regel slechts voor de helft aftrekbaar. Wat betreft de BTW geldt
er een recht op aftrek van 100% op voorwaarde dat de aankoopprijs minder dan 50 EUR bedraagt (exclusief
De fiets en de vennootschap
BTW) én het maximaal één geschenk per kalenderjaar per handelsrelatie betreft. Kosten van
relatiegeschenken kunnen echter volledig aftrekbaar zijn in de mate ze kwalificeren als publiciteitskosten.
Allereerst moeten de producten de naam van de schenkende werkgever-vennootschap blijvend en opvallend
vermelden. De artikelen moeten op grote schaal verspreid worden (wat concreet betekent dat ze niet voor
een beperkte categorie zakenrelaties voorbehouden mogen zijn). Verder mogen ze slechts een geringe
waarde hebben in hoofde van de ontvanger en mag het niet om verbruiksartikelen gaan (zoals voeding). Zo
zal een volledige fietsuitrusting moeilijker kunnen kwalificeren als publiciteitskosten, terwijl dit voor
bijvoorbeeld drankbidons of fietsverlichting wel het geval kan zijn. Onder deze voorwaarden is ook de BTW
op deze artikelen volledig aftrekbaar voor de vennootschap.

 


3. CONCLUSIE


De groeiende drang naar een duurzamere mobiliteit verklaart de enorme populariteitsgroei van de
bedrijfsfiets. Almaar meer ondernemingen zijn bereid mee op de kar te springen en volop in te zetten op de
fiets als alternatief voor de bedrijfswagen.
 

Gerelateerde publicaties