Volg ons

Forfaitaire beroepskosten voor zelfstandigen

deel deze publicatie

Sinds 1 januari 2018 (aanslagjaar 2019) kunnen zelfstandigen met winsten kiezen voor een forfaitaire aftrek van de beroepskosten. Voorheen was het enkel mogelijk om als zelfstandige met winsten de werkelijke beroepskosten in rekening te brengen.

 

 

1. Algemeen

 

Op heden bestaan er vier categorieën van forfaitaire beroepskosten, namelijk het forfait voor:

  • Zelfstandigen met winsten;
  • Zelfstandigen met baten;
  • Werknemers
  • Bedrijfsleider.

Voor iedere inkomstencategorie is er een “aparte” forfaitaire korf die kan worden opgevuld.

 

Voorbeeld:

Het wettelijk forfait voor werknemers bedraagt voor aanslagjaar 2020 maximaal 4.810 EUR. Dit maximum is van toepassing per inkomstencategorie, m.a.w. werknemers die zelfstandige zijn (met winst) in bijberoep kunnen twee keer gebruik maken van het kostenforfait, één keer voor hun werknemersbezoldiging (maximaal 4.810 euro aj. 2020) en een tweede keer voor hun winst (maximaal 4.810 euro aj. 2020). Het kostenforfait geldt in dat geval niet eenmalig voor beide inkomsten samen.

 

 

2. Het forfait

 

De “nieuwe” forfaitaire aftrek heeft als voordeel dat de zelfstandigen niet langer bewijsstukken dienen bij te houden om zo de kosten te kunnen bewijzen ingeval van een belastingcontrole. Het kostenforfait is niet van toepassing voor: (i) forfaitaire belastingplichtigen en (ii) meewerkende echtgenoten voor het aandeel dat zij uit forfaitair vastgestelde inkomsten verkrijgen.

 

Alvorens te beslissen om het forfait dan wel werkelijke kosten toe te passen, is het aangewezen om voorafgaand de meest optimale situatie te berekenen. Om deze reden is het dan ook aan te raden dat de belastingplichtige zijn bewijsstukken blijft bijhouden voor het geval achteraf zou blijken dat het aangeven van de werkelijke kosten voordeliger is dan het forfait.

 

Het kostenforfait voor winsten wordt berekend op het brutobedrag van de winst (exclusief de vergoedingen verkregen als volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke winstderving) na aftrek van sociale bijdragen (incl. VAPZ) en na aftrek van de aankoopprijs van de verkochte handelsgoederen en van de grondstoffen. Op deze bruto-inkomsten wordt een kostenforfait van 30% genoten met een maximum van 4.810 euro (aanslagjaar 2020).

 

Concreet: (Bruto inkomst – Sociale bijdrage – aankoopkosten van de verkochte handelsgoederen/grondstoffen) X 30%

 

Het kostenforfait wordt automatisch berekend door de belastingadministratie als de belastingplichtige zijn werkelijke beroepskosten niet bewijst en aangeeft in rubriek 8 van vak XVIII. De belastingplichtige moet enkel:

  • de brutowinst aangeven in rubriek 1 van vak XVIII. Dit is het bedrag NA aftrek van de aankoopprijs van verkochte handelsgoederen en van grondstoffen. Die aankoopprijs maakt in de aangifte dus geen deel uit van de beroepskosten;
  • De sociale bijdragen, apart aangeven in de nieuwe (sinds aj. 2020)  code 1632/2632 (rubriek 7 vak XVIII).

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties