Volg ons

Hervorming huwelijks-vermogensrecht

deel deze publicatie

Op 13 december 2017 werd in de Kamer het wetsvoorstel ingediend strekkende tot wijziging van het huwelijksvermogensrecht. Grosso modo kunnen de veranderingen ondergebracht worden in vijf categorieën.

 

In eerste instantie worden de regels van het wettelijk stelsel verfijnd. M.b.t. tot de beroepsgoederen (welk begrip ruimer is dan de huidige “gereedschappen en werktuigen”) en het cliënteel wordt het onderscheid ingevoerd tussen het eigendomsrecht op deze goederen, dat tot het eigen vermogen behoort van de beroepsactieve echtgenoot, en de vermogenswaarde ervan, die aan het gemeenschappelijk vermogen toekomt. Verder wordt eindelijk duidelijkheid geschapen omtrent het eigendomsstatuut van de uitkeringen uit levensverzekeringen. Tenslotte wordt een vergoedingsregeling ingevoerd ten behoeve van het gemeenschappelijk vermogen indien een van de echtgenoten zijn beroepsactiviteit uitoefent via een vennootschap waarvan de aandelen tot zijn eigen vermogen behoren en de uitkeringen uit de vennootschap tijdens het huwelijk minimaal werden gehouden.

 

Ten tweede zullen ongehuwd samenwonenden bij de aankoop van een onroerend goed, waarin zij gelijk gerechtigd zijn, in de aankoopakte een ‘anticipatieve inbreng’ kunnen doen. Indien de partners later in het huwelijk treden, zal het onroerend goed tot de gemeenschap behoren, waardoor slechts één maal akte- en registratiekosten verschuldigd zijn.

 

Daarnaast wordt de wettelijke regeling van het stelsel van scheiding van goederen uitgebreid en verduidelijkt. In eerste instantie wordt het erfrecht van de langstlevende echtgenoot op het gemeenschappelijk vermogen uitgebreid tot alle onverdeeldheden die exclusief tussen de echtgenoten bestaan, zodat ook echtgenoten gehuwd onder scheiding van goederen erfrechtelijke aanspraken hebben op goederen die samen verworven werden. Als tweede element worden een aantal conventionele correcties op de scheiding van goederen wettelijk verankerd en wordt in het bijzonder voorzien in een wettelijk model voor het verrekenbeding. Ten slotte kunnen echtgenoten de mogelijkheid van een rechterlijke billijkheidscorrectie invoeren als vangnet voor een eventueel onbillijke situatie bij ontbinding van het huwelijk.

 

Een vierde grote wijziging beoogt de bescherming van de niet-gemeenschappelijke kinderen. Op heden kan het vruchtgebruik van de langstlevende over de gezinswoning en het huisraad niet worden uitgesloten d.m.v. de clausule Valkeniers, hetgeen in de toekomst wel tot de mogelijkheden zal behoren. Hierdoor zal de langstlevende echtgenoot-stiefouder volledig onterfd kunnen worden, met dien verstande dat hem de eerste 6 maanden na het overlijden een recht van gebruik en bewoning wordt toegekend op de gezinswoning en het huisraad.

 

Tot slot beoogt de wet het erfrecht van de langstlevende echtgenoot die in samenloop komt met verre erfgenamen te verstevigen. Daar waar de langstlevende echtgenoot in samenloop met erfgenamen in de zijlijn andere dan broers en zussen thans enkel het vruchtgebruik erft over het eigen vermogen van de eerststervende, zal hij ingevolge de wetswijziging in deze situatie de volledige nalatenschap in volle eigendom ontvangen.

 

De wet treedt in werking op 1 september 2018 en zal van toepassing zijn op de huwelijken die na deze datum worden aangegaan, alsook op de wijzigingen van bestaande stelsels die na de inwerkingtreding tot ontbinding ervan leiden. Wat de huwelijken betreft die voor de inwerkingtreding werden aangegaan, is de wet eveneens van toepassing met dien verstande dat (i) enkel de goederen verworven of bestuurshandelingen gesteld na de inwerkingtreding worden geviseerd en (ii) het artikel m.b.t. de rechterlijke billijkheidscorrectie niet van toepassing is.

 

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties