Volg ons

Kunst in uw vennootschap: is ook de fiscus een kunstliefhebber?

deel deze publicatie

Heel wat ondernemers wensen de uitstraling van één of meerdere beroepslokalen van hun onderneming verfraaien met een mooi en vaak ook uniek kunstwerk. Begrijpelijk, want kunst draagt bij aan het creëren van een aangenaam werkkader en is vaak ook een expressiemiddel voor de onderneming waarmee ze haar identiteit aan de buitenwereld wil kenbaar maken. Kortom kunst en uw vennootschap, het kan een goed huwelijk zijn. Al is het spreekwoord bezint eer ge begint hier wel op z’n plaats. Want het gebruik van kunst in uw vennootschap is slechts in een aantal specifieke gevallen ook fiscaal aanbevolen. De fiscus is immers niet in alle gevallen een even grote kunstliefhebber als u, zo blijkt.

 

 

1. Aankopen van kunst met de vennootschap

 

Vaak zal een vennootschap in eerste instantie de intentie hebben om over te gaan tot aankoop van één of meerdere kunstwerken ter verfraaiing van haar beroepslokalen. Meteen duiken ook een aantal (fiscale) vragen op: is het kunstwerk een afschrijfbaar materieel vast actief voor de onderneming, een eenmalige kost en is deze al dan niet fiscaal aftrekbaar? Volgens het boekhoudrecht mogen kunstvoorwerpen met een langdurig bestaan geactiveerd worden op de balans als materieel vast actief met onbeperkte levensduur. Dit betekent concreet dat er geen periodieke afschrijvingen kunnen worden uitgedrukt op deze activa. Logisch, want kunst kent in principe alleen maar een waardevermeerdering naar verloop van tijd, geen waardedaling. De vennootschap kan wel waardeverminderingen boeken op haar kunstwerken, bijvoorbeeld in geval van beschadiging. Deze waardeverminderingen zijn fiscaal niet aftrekbaar. Dit geldt eveneens in het algemeen voor alle gemaakte kosten in het kader van de aankoop van dergelijke kunstwerken door de vennootschap, deze vormen nooit een fiscaal aftrekbare kost voor de vennootschap.

 

Op deze regel bestaat één belangrijke uitzondering, namelijk kunstwerken die een integrerend deel uitmaken van de lokalen of ingewerkte kunst. Voorbeeld zijn fresco’s op de kantoormuren. Deze kunstwerken kunnen wel (fiscaal) worden afgeschreven en dit samen met de beroepsgebouwen (vaak a rato van 3% per jaar).

 

Ten slotte is er op de aankoop van kunst ook btw verschuldigd. Indien het werk rechtstreeks wordt aangekocht aan de maker van het werk of via een kunstgalerij die handelt in naam en rekening van de kunstenaar, is het tarief van 6% btw van toepassing. In alle andere gevallen is het tarief van 21% btw van toepassing. Niettemin is de btw voor de vennootschap in deze context nooit aftrekbaar.

 

 

2. Huren van kunst met de vennootschap

 

Zoals reeds werd uiteengezet is het aankopen van kunst door de vennootschap, fiscaal niet zo interessant. De aankoopkost kan behoudens specifieke uitzonderingen fiscaal niet gerecupereerd worden en ook de btw is niet aftrekbaar.

 

Een valabel alternatief voor het kopen van kunst is het huren ervan. Dit kan enerzijds van een gespecialiseerde verhuurfirma maar anderzijds ook van de bedrijfsleider/vennoot. Voornamelijk dit tweede geval is (fiscaal) interessant. De bedrijfsleider koopt het kunstwerk aan met privémiddelen en blijft er ten allen tijde ook eigenaar van. Hij of zij kan beslissen om het kunstwerk gedurende een langere periode te verhuren aan de vennootschap aan een marktconforme prijs. Meestal is de maandelijkse huurwaarde van het werk gelijk aan 1 à 2,5% van de totale waarde van het kunstwerk. Idealiter wordt de verhuur vastgelegd in een (geregistreerd) contract tussen bedrijfsleider en vennootschap.

 

Indien het gehuurde werk duidelijk zichtbaar is voor een derde in een van de beroepslokalen van de onderneming, is de periodieke huurlast bovendien fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap. Op deze huursommen moet in het beginsel 21% btw gerekend worden. Indien de verhuur door de bedrijfsleider slechts een beperkt aantal werken betreft, wordt dit inzake btw niet beschouwd als een regelmatige beroepsactiviteit en is btw-registratie niet vereist. Dit blijft evenwel een feitenkwestie dat geval per geval moet bekeken worden. De btw op deze huursommen is aftrekbaar voor de vennootschap gezien deze kost niet gezien wordt als een kost van onthaal.

 

De verhuur is niet enkel voor de vennootschap fiscaal interessant maar ook voor de bedrijfsleider. De huurinkomsten worden in de personenbelasting beschouwd als roerende inkomsten waarop een forfaitaire kostenaftrek van 15% van toepassing is. De belastingplichtige kan er ook voor kiezen om zijn werkelijke kosten te bewijzen. De verkregen netto-inkomsten zijn dan afzonderlijk belastbaar aan het tarief van 30%. Bovendien zijn de eventuele meerwaarden die gerealiseerd worden door de bedrijfsleider bij verkoop van het werk niet belastbaar mits ze plaatsvinden binnen een normaal beheer van privévermogen.

 

 

3. Conclusie

 

Het fiscale kostenplaatje van kunst in de vennootschap is het kleinst bij huur van het kunstwerk. De huursommen zijn fiscaal aftrekbaar en ook de betaalde btw is aftrekbaar. Bovendien hoeft de vennootschap geen extra financiële middelen vrijmaken voor de financiering van deze werken. Het is ten slotte ook voor de bedrijfsleider interessant om het kunstwerk aan te kopen en te verhuren aan de vennootschap. De huuropbrengsten worden in de personenbelasting relatief gunstig belast en ook eventuele gerealiseerde meerwaarden bij verkoop van het kunstwerk in de toekomst komen de bedrijfsleider onbelast toe.

 

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties