Volg ons

Ontheffing van leegstandheffing wegens overmacht mogelijk

deel deze publicatie

De leegstandheffing die wordt opgelegd indien een bedrijfsgebouw gedurende een bepaalde periode leegstaat, is vaak een omvangrijk bedrag dat best vermeden wordt. Vaak is de leegstand te wijten aan een oorzaak die buiten de wil is van de eigenaar en wordt het economisch verlies daardoor alleen maar groter. De heffing wordt geïnd als belasting waardoor het ook een eigen invorderingsprocedure heeft. Zo kan de heffing in de praktijk betwist worden door middel van een bezwaarschrift indien deze binnen een bepaalde periode wordt ingediend. Dit bezwaar wordt lang niet altijd ingewilligd. Uit recente rechtspraak blijkt evenwel dat het inroepen van overmacht een doeltreffend middel is tot ontheffing van de belasting. Belangrijk voordeel van dit middel is het feit dat er voorafgaand geen beroep moet ingediend worden tegen de heffing en het dus op elk moment kan ingeroepen worden.

 

 

1. De leegstandheffing

 

Indien meer dan 50% van de vloeroppervlakte van een bedrijfsruimte niet effectief benut wordt is er sprake van leegstand. Dit feit wordt jaarlijks geëvalueerd door de gemeente. Indien leegstand wordt vastgesteld zal het onroerend goed worden opgenomen in het leegstandregister en ontvangt de eigenaar een registratieattest. Indien de bedrijfsruimte drie opeenvolgende jaren werd opgenomen in het register wordt een leegstandheffing geheven. Deze wordt berekend op basis van het KI van desbetreffend onroerend goed.

 

 

2. Beroep en bezwaar

 

De eigenaar van het onroerend goed kan zich verweren tegen het invorderen van de leegstandheffing door beroep in te dienen tegen het registratieattest die de leegstand vastgesteld heeft. Dit beroep moet ingediend worden binnen één maand na kennisgeving van het attest en betreft een beroep tegen het vaststellen van de leegstand zelf, niet het heven van de heffing. Indien het beroep wordt aanvaard wordt de leegstandstermijn doorbroken en kan in principe geen leegstandheffing geheven worden, ook niet in de volgende jaren indien de toestand dezelfde blijft.

 

Indien om een of andere reden toch een leegstandheffing wordt geheven, kan hier tegen worden verweerd door middel van een bezwaarschrift, in te dienen binnen drie maanden na ontvangst van het aanslagbiljet. Dit bezwaar heeft opnieuw tot doel de leegstand en de registratie ervan te betwisten. Al kan er enkel een bezwaarschrift worden ingediend indien voorafgaand reeds beroep werd ingediend tegen het registratieattest. In de praktijk is dit niet altijd het geval waardoor de doeltreffendheid van een bezwaarschrift vaak klein is.

 

 

3. Overmacht

 

In recente rechtspraak werd aanvaard dat de belastingplichtige ook overmacht als middel kan inroepen om ontheffing van de belasting te bekomen, niettegenstaande het feit dat dit niet in de wet is opgenomen. Het middel kan zelfs ingeroepen worden indien de belastingplichtige geen voorafgaand beroep heeft ingediend tegen het registratieattest en kan dus op elk moment worden ingeroepen. Overmacht kan worden ingeroepen wanneer de belastingplichtige niet op een redelijke wijze een einde kon maken aan de leegstand, bijvoorbeeld in volgende gevallen:

 

  • Doorlopen van een lange vergunningsperiode om een bedrijfsruimte te verkopen, verbouwen, in gebruik nemen,…
  • Een lange voorbereidingstijd om een oud bedrijfsgebouw te herontwikkelen tot een nieuw bouwproject zoals het zoeken van een bouwpromotor, architect, bodemstudies,…
  • Lange zoektocht naar kandidaat-huurders, kopers,…

De administratie mag bovendien niet beslissen of de eigenaar wel de juiste beslissingen heeft genomen om het onroerend goed rendabel te exploiteren. Het is in ieder geval belangrijk dat de eigenaar de overmacht zo goed mogelijk onderbouwt met de nodige documentatie.

 

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties