Volg ons

Nieuwe call kleine en middelgrote windturbines

deel deze publicatie

Wie investeert in kleine en middelgrote windturbines die voldoen aan bepaalde voorwaarden kan hiervoor steun aanvragen bij het Vlaams Energieagentschap (VEA). Er is een tweede call voor het indienen van steunaanvragen geopend op 28 maart 2019 die loopt tot en met 30 mei 2019.

 

Bij elke call worden de ontvankelijke investeringsprojecten beoordeeld en gerangschikt. Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld over de gunstig gerangschikte investeringsprojecten tot de budgettaire enveloppe opgebruikt is. 

 

 

Wie komt in aanmerking?

 

Zowel ondernemingen als andere aanvragers behoren tot de doelgroep. De begunstigde van de investeringssteun moet beschikken over een bewijs van grondbezit, erfpacht, recht van opstal of concessie voor de grond die betrokken is in de projectaanvraag.

 

 

Welke investeringen komen in aanmerking?

 

Komen in aanmerking investeringen in windturbines die aan alle volgende voorwaarden voldoen:

  • Het moet gaan om nieuwe windturbines waarvoor geen groenestroomcertificaten zijn toegekend of kunnen worden toegekend
  • De windturbines moeten op land staan
  • De windturbines moeten een bruto nominaal vermogen per turbine hebben dat groter is dan 10 kWe tot en met 300 kWe
  • De windturbines moeten in het Vlaamse Gewest gelegen zijn

Een steunaanvraag kan een of meer windturbines omvatten, zolang elke afzonderlijke windturbine aan de voorwaarden voldoet en alle windturbines op dezelfde locatie staan. Hierbij moet de geproduceerde elektriciteit ter plaatse verbruikt of geleverd worden aan het distributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet of aan directe lijnen via één aansluitingspunt.

 

 

Welke kosten komen in aanmerking?

 

De in aanmerking komende kosten zijn de investeringskosten en aansluitingskosten van de installatie zonder de exploitatiekosten en -baten in rekening te nemen. Uitgaven voor het ontwerp, de engineering, of de vergunningsaanvragen van de installatie komen niet in aanmerking.


Alleen werkzaamheden voor de investering die niet zijn gestart voor of tijdens de selectieprocedure van de call, komen voor de subsidie in aanmerking.
Pas nadat de positieve beslissing aan de aanvrager betekend is, mag de aanvrager onomkeerbare contractuele verbintenissen aangaan om de werkzaamheden voor de investering uit te voeren.

 

 

Hoeveel bedraagt de steun?

 

De ontvankelijke investeringsprojecten worden op een objectieve wijze beoordeeld en vervolgens gerangschikt. Het voor de call beschikbare subsidiebedrag zal verdeeld worden over de gunstig gerangschikte investeringsprojecten tot de beschikbare budgettaire enveloppe is opgebruikt.

 

Voor deze tweede call is een totaal budget van € 1.500.000 voorzien.

 

Het aangevraagde steunbedrag wordt uitgedrukt in een steunpercentage van de in aanmerking komende kosten.

 

De maximaal toegelaten steunhoogte, inclusief andere financiële ondersteuningsmaatregelen, bedraagt:

  • 70% voor kleine ondernemingen en natuurlijke personen
  • 60% voor middelgrote ondernemingen
  • 50% voor grote ondernemingen en andere aanvragers

Projecten waarbij de aangevraagde steun hoger ligt dan de maximaal toegelaten steunhoogte komen niet in aanmerking voor ondersteuning.

 

De minister legt per call een steunplafond vast, dat de maximale verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst weergeeft waarvoor projecten kunnen worden geselecteerd. Dat steunplafond bedraagt maximaal 1000 euro per MWh. Projecten die een hogere steun aanvragen dan het steunplafond komen eveneens niet in aanmerking voor steun.

 

 

Hoe aanvragen?

 

  1. De aanvrager dient een steunaanvraag in binnen de opengestelde termijn van de call, via het elektronisch formulier op de website van het VEA.
  2. De aanvrager wordt binnen twee maanden na ontvangst van de steunaanvraag schriftelijk of elektronisch op de hoogte gebracht indien de steunaanvraag niet ontvankelijk is.
  3. Het VEA onderzoekt de ontvankelijke steunaanvragen.
  4. Steunaanvragen die aan alle voorwaarden voldoen, worden gerangschikt op basis van de verhouding van de aangevraagde steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst.
  5. De totale steun (som van de aangevraagde steun in deze call en andere financiële steun) wordt uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten. Projecten waarbij het totaal steunpercentage hoger ligt dan de maximaal toegelaten steunhoogte, komen niet in aanmerking voor ondersteuning,
  6. Projecten met een lagere verhouding van de aangevraagde steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst worden beter gerangschikt. Projecten met éénzelfde verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst worden gerangschikt op indientijdstip, waarbij een vroeger indientijdstip beter gerangschikt wordt.
  7. De minister legt per call een steunplafond vast, dat de maximale verhouding van de steun ten opzichte van de verwachte jaarlijkse energieopbrengst weergeeft waarvoor projecten kunnen worden geselecteerd. Projecten die een hogere steun aanvragen dan het steunplafond komen niet in aanmerking voor steun.
  8. Het project met de hoogste verhouding van de aangevraagde steun ten opzichte van de energieopbrengst wordt in elk geval niet geselecteerd. De best gerangschikte projecten die voldoen aan alle voorwaarden worden gesteund tot het budget opgebruikt is.
  9. Het VEA brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing. Pas na de kennisgeving van de beslissing mag de aanvrager met de investering starten.

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties