Het Zomerakkoord: derde fase

deel dit nieuws

Met het nieuwe jaar is ook de derde en laatste fase van de inwerkingtreding van het Zomerakkoord aangebroken. Hieronder een beknopt overzicht van de voornaamste wijzigingen. Deze maatregelen treden in werking vanaf aanslagjaar 2021, voor boekjaren die ten vroegste aanvangen vanaf 1 januari 2020.

 

 

1.Tariefverlaging

 

In de derde fase wordt het basistarief van de vennootschapsbelasting verder verlaagd tot 25%. De aanvullende crisisbijdrage wordt tegelijk volledig afgeschaft.

Kleine ondernemingen kunnen blijven genieten van het basistarief van 20% op de eerste schijf winst tot 100.000 EUR, eveneens zonder aanvullende crisisbijdrage.

 

 

2. Autofiscaliteit

 

Verder werd de autofiscaliteit volledig herwerkt en gelijkgeschakeld tussen de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. Het fiscaal aftrekpercentage van auto- én brandstofkosten wordt uniform bepaald aan de hand van de volgende formule:

 

[120% - ( 0,5% * coëfficiënt * gram CO2/km ) ] waarbij de coëfficiënt afhankelijk is van het type motor: 1 voor dieselmotoren, 0,9 voor aardgasmotoren  met < 12 fiscale pk, 0,95 voor andere motoren.

 

Het aftrekpercentage kan niet hoger zijn dan 100% (ook wat betreft elektrische wagens) en niet lager dan 50%, behoudens wanneer het voertuig een CO2-uitstoot heeft van minstens 200g/km waarvoor steeds een aftrekpercentage van 40% geldt.

 

Voor fake plug-in hybride wagens aangekocht vanaf 1 januari 2018 wordt een forfaitaire CO2-uitstoot in rekening genomen. Dit is ofwel de uitstoot van de overeenstemmende niet-hybride versie, ofwel (bij gebrek daaraan) de vermelde CO2-uitstoot x 2,5. Voor echte plug-in hybride wagens mag wel rekening gehouden worden met de opgegeven CO2-uitstoot.

 

In de personenbelasting bestaat er een uitzondering voor wagens die vóór 2018 werden aangekocht, gehuurd of geleased en waarvan de CO2-uitstoot minder dan 200 g/km bedraagt. De brandstofkosten en andere autokosten kunnen in dat geval nog van een aftrekpercentage van minimaal 75% genieten.

 

 

3. Marktrente

 

Voor interesten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd (bijv. de credit rekening-courant), wordt de maximale rentevoet uitdrukkelijk bij wet bepaald (uitgezonderd bepaalde interesten tussen verbonden vennootschappen). Ze bedraagt maximaal 4,06% voor kalenderjaar 2020.

 

Deze markrentevoet geldt ook in het kader van de herkwalificatie van interesten in dividenden.

Merk eveneens op dat rentegevende voorschotten opnieuw worden geïnterpreteerd als ‘vorderingen’ op de vennootschap, in plaats van het meer gunstige begrip ‘geldleningen’ in de oude regeling.

 

 

4. Afschrijvingen

 

Ook verschillende afschrijvingsregimes werden onder handen genomen. Kleine ondernemingen worden voortaan verplicht om, net zoals grote ondernemingen, de eerste afschrijvingsannuïteit te pro-rateren. Van een investering die op het einde van het boekjaar wordt aangekocht, kan dus niet langer een volledige afschrijving in kosten genomen worden.

 

Ook de bijkomende kosten van een investering moeten vanaf nu ‘ineens’ of ‘op dezelfde wijze als de hoofdsom’ afgeschreven worden en niet langer naar wens. Daarnaast verdwijnt voor vennootschappen het degressief afschrijvingsstelsel.

 

Merk wel op: de wijzigingen gelden enkel voor nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2020. Voor de reeds bestaande investeringen moet het afschrijvingsstelsel niet gewijzigd worden.

 

 

5. Mobilisering vrijgestelde reserves

 

Voor aanslagjaren 2021 en 2022 wordt voorzien in de mogelijkheid om bepaalde vrijgestelde reserves, aangelegd in een tijdperk dat afsluit vóór 1 januari 2017, tegen een gunsttarief definitief te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting. Het specifieke tarief bedraagt 15%. Dit tarief wordt (onder voorwaarden) verder verlaagd naar 10% indien het bedrag van de reserve geherinvesteerd wordt in afschrijfbare materiële vaste activa.

 

Volgende vrijgestelde reserves komen onder meer in aanmerking: vrijgestelde reserves van erkende inschakelingsbedrijven, investeringsreserves waarvan de driejarige investeringstermijn verstreken is en reserves die voortkomen uit 120% kostenaftrek.

 

 

6. Aftrekbeperking 'bijzondere uitgaven'

 

Enkele andere voorname aftrekbeperkingen zijn de volgende:

 

  • Geldboeten zijn in de personen- en vennootschapsbelasting voortaan niet langer fiscaal aftrekbaar. Ook de boetes die niet het karakter van een strafrechtelijke sanctie hebben en zelfs indien ze betrekking hebben op een aftrekbare belasting (BTW, onroerende voorheffing, bedrijfsvoorheffing, registratierechten, ...), zijn niet langer aftrekbaar.
  • De fiscale aftrek van 120% wordt in zowel de personenbelasting als de vennootschapsbelasting teruggebracht op 100% wat betreft de kosten van collectief woon-werkvervoer van personeelsleden en de kosten in verband met elektrische wagens (zie ook eerder). In de vennootschapsbelasting geldt hetzelfde voor de kosten inzake beveiliging en kosten ter aanmoediging van het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer.
  • De aanslag geheime commissielonen is niet langer fiscaal aftrekbaar. Het tarief van 50% bij vrijwillige opname van zwarte winsten in de boekhouding wordt opgeheven, alsook de regel dat er in dat geval geen administratieve boete verschuldigd is.

Indien je hierover meer informatie wenst, contacteer ons dan op het nummer 051 26 82 68  of via e-mail naar info@titeca.be.

Gerelateerde publicaties