De politieke wereld spreekt al enige tijd over een grondige hervorming van de personenbelasting. De ambitie is duidelijk: de belastingdruk op arbeid verlagen en meer netto overhouden voor de belastingplichtige. Die ‘blauwdruk’ bestaat al, maar de grote hervorming laat voorlopig nog op zich wachten. Voor de aangifte van aanslagjaar 2026 zijn slechts een beperkt aantal zaken effectief gewijzigd.
Toch mogen die wijzigingen niet worden onderschat. Ze zijn weliswaar beperkt in aantal, maar kunnen voor bepaalde groepen belastingplichtigen wel een aanzienlijke financiële impact hebben. We bespreken hieronder de meest relevante nieuwigheden.
1. Vereenvoudiging van de woonfiscaliteit
De fiscale regels rond leningen voor onroerend goed zijn de voorbije jaren al ingrijpend veranderd. Voor de eigen woning in Vlaanderen is er al sinds 2020 geen fiscaal voordeel meer mogelijk voor nieuwe leningen. Als compensatie werden de registratierechten teruggebracht naar 2%. Voor bestaande leningen blijven de voordelen die eerder werden opgebouwd, wel van kracht.
De wijzigingen in de aangifte van aanslagjaar 2026 hebben echter betrekking op leningen voor een niet-eigen woning, zoals een tweede verblijf, een vakantiewoning of een investeringspand. En anders dan bij de eigen woning geldt hier geen overgangsregeling: de wijzigingen gelden voor alle lopende leningen, niet alleen voor nieuwe.
Concreet zijn er twee belangrijke veranderingen:
- De intrestaftrek verdwijnt volledig. Tot en met aanslagjaar 2025 kon je de betaalde intresten voor een lening op een niet-eigen woning in mindering brengen van jouw onroerend inkomen. Dat voordeel wordt volledig afgeschaft. Omdat deze aftrek plaatsvond aan het marginale belastingtarief (doorgaans aan 40 of 50%) kan dit voor belastingplichtigen met een aanzienlijk privaat patrimonium dat gefinancierd is met vreemd vermogen, oplopen tot duizenden euro’s per jaar.
- Er blijft nog slechts één voordeel over: het langetermijnsparen. Voor leningen afgesloten vóór 2024 kunnen de kapitaalaflossingen en de premies van de gekoppelde levensverzekering nog steeds aanleiding geven tot een belastingvermindering voor langetermijnsparen. Dit voordeel bedraagt 30% en is beperkt tot een bepaald fiscaal aanvangsbedrag. De vroegere stelsels van federale woonbonus en bouwsparen zijn definitief verdwenen. Voor een gehuwd koppel dat van meerdere stelsels gebruik maakte, kan het verlies aan fiscaal voordeel oplopen tot zo’n 1.000 euro extra belastingen per jaar.
2. Afschaffing van een aantal belastingverminderingen
Onder het mom van vereenvoudiging werden tal van belastingverminderingen geschrapt die zelden of nooit werden gebruikt. Twee concrete afschaffingen zullen echter voor veel Vlaamse belastingplichtigen merkbaar zijn.
- Dienstencheques. De Vlaamse belastingvermindering voor betalingen met dienstencheques is niet langer van toepassing vanaf aanslagjaar 2026. Tot vorig jaar kon je als Vlaming genieten van een belastingvermindering van 20% op de betaalde dienstencheques, tot een maximum van 1.790 euro, goed voor een maximaal voordeel van 358 euro. Dat belastingvoordeel verdwijnt volledig.
- Rechtsbijstandsverzekering. Ook de federale belastingvermindering voor de premies van een rechtsbijstandsverzekering is afgeschaft. Wie een dergelijke polis heeft, genoot voorheen een vermindering van 40% op een maximale premie van 320 euro per jaar, wat neerkwam op een maximaal voordeel van 128 euro. Dit voordeel vervalt voor premies betaald vanaf 1 juli 2025.
De facto betekent dit dat het fiscale plaatje voor mensen die regelmatig een poets- of huishoudster inschakelen én een rechtsbijstandsverzekering hebben, gevoelig verslechtert.
3. Hogere grens voor nettobestaansmiddelen van kinderen ten laste
Niet alles in de aangifte van dit jaar is negatief nieuws. Er is ook een opmerkelijke verbetering voor gezinnen met kinderen die een bijverdienste hebben.
Een van de voorwaarden om een kind fiscaal ten laste te nemen, is dat het kind niet te veel eigen inkomsten mag ontvangen (de zogenaamde nettobestaansmiddelen). Door de toegenomen populariteit van studentenarbeid kwamen veel studenten boven de grens uit, wat tot gevolg had dat ze niet langer ten laste konden zijn. Dat trof niet alleen de ouders — die hun belastingvrije som voor dat kind verloren — maar werd ook als onrechtvaardig ervaren.
De wetgever heeft ingegrepen. Vanaf aanslagjaar 2026 is de grens van de nettobestaansmiddelen sterk verhoogd naar 12.000 euro, en dit ongeacht de gezinssituatie van de ouder. Vroeger gold er een onderscheid naargelang de ouder gehuwd, wettelijk samenwonend of alleenstaand was; dat verschil verdwijnt. Bovendien werd de vrijgestelde schijf voor studenteninkomsten verdubbeld naar 6.840 euro.
Dit heeft ook een praktisch gevolg dat niet te onderschatten is: kinderen die in september afstuderen en meteen op de arbeidsmarkt terechtkomen met een eerste job, zullen in de meeste gevallen wel nog ten laste kunnen zijn van hun ouders voor dat belastingjaar. Vroeger was dat vrijwel nooit het geval door de vroegere, strenge grens.
Conclusie
De aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2026 brengt geen grote hervorming, maar wel een aantal gerichte wijzigingen die je fiscale resultaat aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Zeker als je vastgoed bezit, dienstencheques gebruikt of kinderen hebt die bijverdienen, loont het om je aangifte kritisch te bekijken.
Twijfel je over de impact op jouw persoonlijke situatie?
Of wil je zeker zijn dat je geen fiscale kansen mist? Contacteer gerust onze pro experts.
We denken graag met je mee en beantwoorden met plezier al je vragen.