In het kader van de begrotingsmaatregelen heeft de regering beslist om tijdelijk in te grijpen in het mechanisme van de automatische indexering voor hogere lonen. Een klassieke indexsprong blijft daarbij uit: via de zogenaamde ‘centenindex’ wordt de indexering niet afgeschaft, maar wel begrensd voor brutolonen boven een bepaalde drempel.
Ook de pensioenen en sociale uitkeringen worden slechts in beperkte mate geïndexeerd. Belangrijk is wel dat deze maatregel maar twee keer zal worden toegepast deze regeerperiode.
1. Hoe zit de centenindex in elkaar?
De automatische loonindexering voor hogere brutolonen, uitkeringen en pensioenen wordt tweemaal beperkt, met name een eerste keer vanaf 1 juni 2026 en een tweede keer vanaf 1 januari 2028. Concreet zal de normale indexering slechts worden toegepast tot een bepaald plafond.
1.1. Brutolonen
Het plafond voor brutolonen wordt vastgesteld op 4.000 euro. Bij de tweede beperkingsronde (vanaf 1 januari 2028) zal dit bedrag geïndexeerd worden, waardoor het plafond iets hoger zal liggen.
Concreet wordt het brutoloon opgesplitst in twee delen:
- Het deel tot 4.000 euro blijft onderworpen aan de volledige, normale indexering;
- Het deel boven 4.000 euro wordt slechts gedeeltelijk geïndexeerd, doordat eerst een vermindering van 2% wordt toegepast op het normale indexeringspercentage. Dit betekent dat bij een indexering van 2% of minder het loon boven 4.000 euro in de praktijk niet wordt geïndexeerd.
Voor deeltijdse werknemers wordt het plafond van 4.000 euro pro rata berekend in functie van hun tewerkstellingsbreuk.
Voorbeeld:
Bij een brutoloon van 6.000 euro en een index van 2% wordt enkel het deel tot 4.000 euro geïndexeerd (wat leidt tot een stijging van 80 euro), terwijl het saldo van 2.000 euro buiten beschouwing blijft.
Bij een hogere index (bv. 8%) wordt het deel boven 4.000 euro wel nog geïndexeerd, maar slechts gedeeltelijk. Het effectieve percentage bedraagt dan 6% (8% – 2%), wat resulteert in een bijkomende indexatie van 120 euro op de resterende 2.000 euro. Het deel tot 4.000 euro volgt daarentegen de volledige index van 8% (320 euro).
Zo wordt de impact van de indexering voor hogere lonen structureel afgeremd.
1.2. Uitkeringen en pensioenen
Het plafond voor pensioenen en uitkeringen wordt vastgesteld op 2.000 euro. Ook hier geldt dat dit bedrag geïndexeerd zal worden bij de tweede beperkingsronde (vanaf 1 januari 2028).
2. Gevolgen voor werkgevers: loonmatigingsbijdrage
De beperkte indexering leidt ertoe dat de loonkosten in jouw onderneming minder sterk stijgen dan bij een klassieke indexering. Die besparing komt echter niet volledig bij jou als werkgever terecht: via het mechanisme van de loonmatigingsbijdrage vloeit een deel van dit voordeel door naar de overheid.
Concreet betekent dit dat je de helft van het bedrag dat je door de beperkte indexering niet aan je werknemer toekent, moet doorstorten naar de RSZ. Daardoor blijft slechts een gedeeltelijke kostenbesparing over.
3. Centenindex verschilt per sector
Door de verschillende sectorale indexeringsmechanisme zal het concrete moment waarop deze beperking voelbaar wordt, verschillen van sector tot sector.
Zo zullen bijvoorbeeld de arbeiders in de cementfabrieken de impact onmiddellijk ondervinden, aangezien in deze sector maandelijks wordt geïndexeerd. Voor heel wat sectoren zal de impact pas voelbaar zijn vanaf 1 januari 2027, zoals in PC 200, waar de lonen slechts jaarlijks (op 1 januari) worden geïndexeerd.
Heb je vragen over de centenindex?
Of over de gevolgen voor jou als werkgever? Contacteer gerust onze pro experts. We helpen je graag verder!