Holdingstructuren liggen wereldwijd steeds meer onder een vergrootglas. Waar ze lange tijd aanvaard werden als een manier om risico’s te spreiden, participaties te beheren en je onderneming toekomstgericht te organiseren, worden ze vandaag op (inter)nationaal niveau meer en meer kritisch beoordeeld. Vooral passieve holdings (zonder aantoonbare economische activiteit) liggen sterk onder vuur.
Die evolutie speelt zich niet alleen af buiten onze landsgrenzen, maar vertaalt zich ook steeds duidelijker in de Belgische rechtspraak en fiscale praktijk. Wat betekent dat voor jou?
Een internationale trend tegen passieve holdings
De aandacht voor passieve holdings is allesbehalve een louter Belgische discussie. Op internationaal en Europees niveau groeit de druk om fiscale voordelen enkel toe te kennen aan structuren met reële economische substantie.
Bij de toepassing van de Europese moederdochterrichtlijn zien we dat fiscale administraties en rechters steeds strikter toetsen of een holding effectief als uiteindelijke begunstigde kan worden beschouwd. Begin 2025 illustreerde een advies van de Nederlandse Advocaat-Generaal die trend scherp: een Belgische tussenholding die enkel passief participaties aanhoudt, kan worden uitgesloten van de vrijstelling van Nederlandse dividendbelasting. In dat geval wordt alsnog bronbelasting geheven, ondanks het feit dat aan de formele voorwaarden van de richtlijn is voldaan.
Deze aanpak past in een bredere internationale beweging waarbij antimisbruikbepalingen actiever worden toegepast en kunstmatige structuren sneller worden afgewezen. Voor ondernemers met internationale groepsstructuren is de boodschap duidelijk: een holding moet meer doen dan louter aandelen bijhouden alleen.
België blijft niet achter
Die internationale verstrenging blijft niet zonder gevolgen in België. Ook de Belgische fiscus kijkt vandaag kritischer dan ooit naar holdings zonder duidelijke economische functie, met een specifieke focus op passieve holdings.
Een recent arrest van het hof van beroep in Bergen bevestigt die houding. In deze zaak werd binnen een familiale groep een nieuwe holding A opgericht. De structuur zag er als volgt uit:
- de nieuwe holding A kreeg aandelen van een bestaande familiale holding B ingebracht;
- nadien kocht de nieuwe holding A ook de resterende aandelen van andere familieleden, zonder onmiddellijke betaling;
- kort daarna stroomden dividenden vanuit de operationele vennootschap C via de oude holding B door naar de nieuwe holding A;
- die dividenden werden gebruikt om de aankoopprijs van de aandelen af te lossen.
De holding paste de DBI-aftrek toe om de ontvangen dividenden vrij te stellen van vennootschapsbelasting. De fiscus (en later ook de rechter) oordeelde echter dat de structuur hoofdzakelijk was opgezet om volgende fiscale voordelen te bekomen:
- dividenden belastingvrij te ontvangen, en
- de aankoop van aandelen te financieren met middelen uit de groep zelf.
Omdat de holding zelf nauwelijks economische activiteit uitoefende, werd de constructie als kunstmatig beschouwd en werd de DBI-aftrek geweigerd.
Wat betekent dit voor jou als ondernemer?
De (internationale) trend is duidelijk: een passieve holding zonder zakelijke motieven is fiscaal kwetsbaar.
Heb je een holdingstructuur, of overweeg je er één? Dan is het cruciaal om te kunnen aantonen dat:
- Je holding een reële economische functie heeft. Dit kan, bijvoorbeeld, door een actieve rol op te nemen in het bestuur van dochtervennootschappen.
- De structuur is ingegeven door zakelijke redenen, niet alleen door fiscaliteit. Dit door bijvoorbeeld beslissingen te centraliseren op holdingniveau en via de holding strategische, financiële of ondersteunende diensten aan te bieden.
- Beslissingen goed worden onderbouwd en gedocumenteerd.
Hoe een holding actief maken?
De holding mag dus niet louter fungeren als doorgeefluik, maar moet actieve beheerstaken uitvoeren zoals:
(i) het strategisch aansturen van dochtervennootschappen
(ii) het opvolgen van budgetten en businessplannen
(iii) deelnemen aan raden van bestuur
Daarnaast blijkt de economische substantie van de holding ook uit concrete investeringen en middelen, zoals de investering in materiële vaste activa (bijvoorbeeld de inrichting van een eigen bureel), de aanwerving van personeel of het inschakelen van vaste medewerkers die effectief taken opnemen op holdingniveau.
Deze taken moeten structureel (niet occasioneel) worden uitgevoerd en moeten kunnen worden aangetoond en gedocumenteerd. Sluit daarom management- of dienstenovereenkomsten af tussen holding en dochters. En voorzie een reële (marktconforme) vergoeding voor deze prestaties. Hou inhoudelijke agenda’s bij (strategie, investeringen, financiering, opvolging participaties) op niveau van de holding met uitgebreide notulen.
Bestaande holdingstructuren vragen om extra waakzaamheid. Ga na wat de oorspronkelijke reden van oprichting van de holding was en ga na of de bevoegdheden van de holding mee evolueerde met de activiteiten binnen de groep.