Rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting (zoals vzw’s, internationale vzw’s en private stichtingen) krijgen vanaf 2026 te maken met een bijkomende belasting op autokosten.
De bestaande regels rond het voordeel van alle aard, de rechtspersonenbelasting en de RSZ-solidariteitsbijdrage blijven van kracht, maar worden aangevuld met deze nieuwe federale maatregel die inzet op de vergroening van het wagenpark.
1. Over welke voertuigen gaat het?
De nieuwe regels gelden voor nagenoeg alle voertuigen die verenigingen gebruiken, waaronder:
- personenwagens voor onbezoldigd personenvervoer;
- voertuigen voor gemengd gebruik (personen en goederen);
- minibussen voor vijf tot negen passagiers;
- en lichte bestelwagens die door de administratie als personenwagens worden beschouwd.
2. Wat zijn de huidige fiscale spelregels?
2.1. Voordeel van alle aard
Wanneer de rechtspersoon een wagen ter beschikking stelt voor privégebruik of woon-werkverkeer, wordt de werknemer of bestuurder belast op een forfaitair voordeel van alle aard. Dit voordeel wordt berekend op basis van de cataloguswaarde, de leeftijd van de wagen, de CO₂-uitstoot en een correctiefactor.
Een eventuele eigen bijdrage vermindert het belastbare voordeel. Voor poolwagens die uitsluitend professioneel worden gebruikt, geldt deze regeling niet.
2.2. Belastbaarheid in de rechtspersonenbelasting op het voordeel van alle aard
De rechtspersoon wordt in de rechtspersonenbelasting belast op een percentage van het voordeel van alle aard. Dit bedraagt 17% van het voordeel, of 40% indien de vzw ook privébrandstofkosten ten laste neemt.
Het bedrag wordt aangegeven onder code 5206 en is belastbaar aan 25%. Deze regeling blijft bestaan naast de nieuwe belasting op autokosten vanaf 2026.
2.3. RSZ-solidariteitsbijdrage
Wanneer een rechtspersoon een personenwagen voor privégebruik ter beschikking stelt aan een werknemer, is de werkgever een maandelijkse solidariteitsbijdrage (ook wel CO₂-bijdrage genoemd) verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage hangt af van de CO₂-uitstoot van het voertuig, het brandstoftype, de datum van bestelling of leasing, en een jaarlijkse indexatiecoëfficiënt.
Berekening van de solidariteitsbijdrage:
- Benzine: ((CO₂-uitstoot × 9) – 768) / 12 × indexatiecoëfficiënt
- Diesel: ((CO₂-uitstoot × 9) – 600) / 12 × indexatiecoëfficiënt
- LPG/CNG: ((CO₂-uitstoot × 9) – 990) / 12 × indexatiecoëfficiënt
- Elektrisch/waterstof: Vast minimumbedrag per maand (jaarlijks geïndexeerd)
Voor voertuigen besteld, geleased of gehuurd vanaf 1 juli 2023 wordt het resultaat van bovenstaande formule vermenigvuldigd met een factor die de komende jaren verder stijgt:
- 2,25 vanaf 1 juli 2023
- 2,75 vanaf 1 januari 2025
- 4,00 vanaf 1 januari 2026
- 5,50 vanaf 1 januari 2027
Belangrijk:
- Voor elektrische voertuigen geldt een vast minimumbedrag per maand (bv. € 23,41 vanaf 2025, € 25,99 vanaf 2026, enz.).
- Voor bestuurders en poolwagens zonder privégebruik is geen solidariteitsbijdrage verschuldigd, op voorwaarde dat het privégebruik uitgesloten en aantoonbaar is.
- Indien de CO₂-uitstoot niet gekend is, wordt gerekend met een forfaitaire waarde (182 g/km voor benzine, 165 g/km voor diesel).
- De bijdrage is verschuldigd ongeacht of de werknemer een eigen bijdrage betaalt voor het gebruik van de wagen.
3. Wat verandert er vanaf 2026?
3.1. Nieuwe belasting op autokosten vanaf 2026
Voor voertuigen die door de belastingplichtige vóór 1 januari 2026 zijn aangekocht, geleased of gehuurd, blijft de bestaande fiscale regeling van kracht en is er geen extra belasting op autokosten verschuldigd.
Voor voertuigen met CO₂-uitstoot die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, geleased of gehuurd, worden de autokosten volledig belast aan 25% in de rechtspersonenbelasting.
Voor emissievrije voertuigen geldt een gefaseerde belasting, zoals weergegeven in het overzicht hieronder.
Fiscale behandeling autokosten vanaf 2026:
|
Jaar van aankoop/leasing |
Brandstofwagens (CO₂-uitstoot) |
Elektrische wagens (emissievrij) |
|---|---|---|
|
vóór 01/01/2026 |
Geen extra belasting op autokosten. |
Geen extra belasting op autokosten |
|
vanaf 01/01/2026 |
De autokosten (afschrijvingen, garagekosten, onderhoud, …) worden belast aan 25%. |
Geen extra belasting op autokosten |
|
vanaf 01/01/2027 |
“ |
5% van de autokosten belast aan 25% |
|
vanaf 01/01/2028 |
“ |
10% van de autokosten belast aan 25% |
|
vanaf 01/01/2029 |
“ |
17,5% van de autokosten belast aan 25% |
|
vanaf 01/01/2030 |
“ |
25% van de autokosten belast aan 25% |
|
vanaf 01/01/2031 |
“ |
32,5% van de autokosten belast aan 25% |
Opmerking: De datum van de bestelbon of het contract is bepalend, niet de leveringsdatum. Deze nieuwe belasting komt bovenop de bestaande heffing op het voordeel van alle aard.
3.2. Wat betekent dit concreet voor mijn vzw, ivzw of private stichting?
De fiscale hervormingen inzake autofiscaliteit hebben een directe impact op de strategische keuzes van verenigingen en stichtingen. Indien je als vzw nog een brandstofwagen wenst aan te schaffen, is het aangewezen deze uiterlijk op 31 december 2025 te bestellen. Vanaf 1 januari 2026 worden de fiscale voordelen voor brandstofwagens immers afgeschaft en worden de autokosten volledig belast.
Voor voertuigen die vanaf 2026 worden aangekocht, is het fiscaal duidelijk voordeliger om te kiezen voor een elektrische wagen. De belasting op autokosten voor emissievrije voertuigen wordt immers slechts geleidelijk ingevoerd, waardoor de fiscale druk voor deze wagens aanzienlijk lager ligt.
Kortom, een tijdige en doordachte keuze van het wagenpark kan voor jouw vzw een belangrijk verschil maken op fiscaal vlak.
Heb je vragen over de fiscale impact van deze nieuwe regelgeving? Wil je advies op maat van jouw vzw?
Je kan altijd contact opnemen met een van onze pro experten voor een persoonlijke toelichting en begeleiding. Zo ben je zeker van de juiste keuzes en een optimale fiscale strategie.