In het kader van de begrotingsmaatregelen werd de doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen – een korting op de werkgeversbijdragen aan de RSZ – grondig aangepast.
Vanaf 1 juli 2026 wordt de regeling vereenvoudigd, hertekend en uitgebreid naar bijkomende aanwervingen. In dit artikel lees je welke impact deze wijzigingen hebben op jouw loonkost.
Wat wijzigt er concreet?
De bestaande regeling wordt vereenvoudigd en hertekend. Zo wordt de maximale korting voor de eerste werknemer verlaagd tot € 2.000 per kwartaal. Het degressieve systeem voor de tweede en derde werknemer maakt plaats voor een uniforme vermindering. Tegelijk wordt opnieuw een korting ingevoerd voor de vierde en vijfde werknemer.
Concreet zien de wijzigingen er als volgt uit:
- € 1.550per kwartaal · kwartaal 1 t.e.m. 5
- € 1.050per kwartaal · kwartaal 6 t.e.m. 9
- € 450per kwartaal · kwartaal 10 t.e.m. 13
- € 1.050per kwartaal · kwartaal 1 t.e.m. 5
- € 1.050per kwartaal · kwartaal 6 t.e.m. 9
- € 450per kwartaal · kwartaal 10 t.e.m. 13
Wat met mijn lopende doelgroepverminderingen?
De overgang naar het nieuwe systeem hangt af van de werknemer waarop de korting van toepassing is.
Heb je vandaag al een doelgroepvermindering voor je eerste werknemer? Dan wordt deze vanaf 1 juli 2026 automatisch beperkt tot € 2.000 per kwartaal, ook als de korting al vroeger werd toegekend.
Lopende kortingen blijven verderlopen onder de vroegere, degressieve regeling – voor bestaande aanwervingen verandert er dus niets. Voor nieuwe aanwervingen vanaf 1 juli 2026 geldt wel het nieuwe systeem met een uniforme vermindering.
Plan je een vierde of vijfde aanwerving? Dan kan je vanaf 1 juli 2026 opnieuw een doelgroepvermindering toepassen, wat voordien niet mogelijk was.