Het eindejaar is in zicht. Voor het tijd is om te feesten, brengen we graag nog enkele belangrijke fiscale wijzigingen onder de aandacht. Sommige maatregelen zijn al definitief goedgekeurd, andere zitten nog in de pijplijn, maar hebben nu al impact op jouw planning. Zo ben je goed voorbereid om 2026 met een gerust hart te starten.
Eerder publiceerden we al een artikel met de sociaaljuridische wijzigingen voor werkgevers in 2026. Neem ook dit zeker eens door.
1. Liquidatiereserve en VVPRbis aan 18% (ontwerp)
Uitgebreide info over de verhoging van de roerende voorheffing op VVPRbis-reserves en liquidatiereserves lees je in ons eerder artikel: Stijging roerende voorheffing op uitkering van reserves: wat betekent dit voor jou?
2. Afschaffing federale interestaftrek 2e verblijven (definitief gestemd)
In lijn met de opheffing van de gewone interestaftrek wordt ook de federale interestaftrek voor tweede verblijven afgeschaft. Interesten die betaald zijn voor schulden voor een 2e verblijf kunnen vanaf inkomstenjaar 2025 (AJ 2026) niet langer afgetrokken worden.
Deze maatregel geldt ook voor lopende schulden!
3. Meerwaarde bedrijfsvoertuigen (definitief gestemd)
De vrijstelling van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen werd vanaf 1 september 2025 definitief afgeschaft.
4. Btw-aanpassingen (ontwerp)
Bij het begrotingsakkoord eind november werd gecommuniceerd dat het btw-tarief voor afhaalmaaltijden, ‘sport en ontspanning’ en overnachtingen in hotels en op campings stijgt van 6% naar 12%.
Vanuit de getroffen sectoren kwam daarop veel kritiek. O.a. de hotelsector vroeg uitstel. Dat zou er nu ook komen, zo zouden alle btw-verhogingen uitgesteld worden tot 1 maart 2026.
Ook de btw-verlaging van 21% naar 12% voor niet-alcoholische dranken op café of restaurant zou pas ingaan vanaf maart 2026.
5. DBI-bevek: fiscale behandeling van dividenden en meerwaarden (definitief gestemd)
Er zijn twee afzonderlijke maatregelen ingevoerd, die elk apart moeten worden beoordeeld.
5.1. Maatregel één: afzonderlijke aanslag op meerwaarden
Vanaf inkomstenjaar 2025 (AJ 2026) geldt een afzonderlijke aanslag van 5% op het vrijgestelde deel van de meerwaarden op aandelen van een DBI-bevek of andere gereglementeerde beleggingsvennootschappen. Deze heffing is enkel van toepassing wanneer de aandelen op de secundaire markt worden verkocht, dus aan een derde partij.
Deze maatregel zal echter meestal geen invloed hebben gezien deze aandelen zelden extern verkocht worden en er eerder sprake is van een inkoop eigen aandelen. Gezien de meerwaarde bij inkoop eigen aandelen een dividend is en geen meerwaarde, zal deze nieuwe maatregel dus zelden van toepassing zijn.
*Private Privaks zijn expliciet vrijgesteld van deze 5%-heffing, ongeacht of de verkoop via de secundaire markt of via inkoop door het fonds zelf gebeurt.
5.2. Maatregel twee: verrekenbaarheid van roerende voorheffing
Vanaf inkomstenjaar 2025 (AJ 2026) wordt de verrekenbaarheid van roerende voorheffing op dividenden van DBI-beveks en andere gereglementeerde beleggingsvennootschappen beperkt. De verrekening is enkel mogelijk indien de verkrijgende vennootschap tijdens het belastbare tijdperk aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een minimumbezoldiging toekent (zelfde spelregels als voor het verlaagd tarief).
Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan de roerende voorheffing niet worden verrekend. Voor erkende coöperatieve vennootschappen geldt deze verplichting niet.
Opmerking: Indien er nog een bezoldiging moet worden toegekend aan een bedrijfsleider, kan het fiscaal interessanter zijn om dit te doen via een tantième in plaats van een gewoon loon, maar hou daarbij rekening met de wettelijke verplichtingen die hieraan verbonden zijn (economisch motief).
6. Afschaffing kostenforfait auteursrechten (ontwerp)
De federale regering wenst het kostenforfait voor inkomsten uit auteursrechten grotendeels af te schaffen vanaf inkomstenjaar 2026. Zo zou de forfaitaire kostenaftrek enkel nog van toepassing zijn op inkomsten uit auteursrechten wanneer de belastingplichtige over een kunstwerkattest beschikt.
Voor alle andere auteursrechten geldt voortaan dat enkel de werkelijke kosten nog aftrekbaar zijn. Het voordelig belastingtarief op inkomsten uit auteursrechten van 15% blijft wel behouden.
Opmerking: bij auteursrechten telt de datum van betaling. Auteursrechten die betrekking hebben op 2025 maar uitbetaald worden in 2026 vallen dus al onder de nieuwe regeling! In de mate van het mogelijke, worden auteursrechten dus best in 2025 nog uitbetaald.
Heb je vragen over hoe deze maatregelen jouw situatie beïnvloeden?
Contacteer gerust je klantverantwoordelijke. Samen zorgen we ervoor dat je optimaal bent voorbereid en de juiste fiscale keuzes maakt in 2026.