Nieuws  |  

30.01.2024

To flexi or not to flexi: Welke nieuwigheden brengt 2024 met zich mee op vlak van het flexi-jobstatuut?

Heb je een vraag over dit artikel?
Contacteer ons hier!

Met het begrotingsakkoord voor 2024 beoogde de regering het een en ander aan te passen binnen het alom bekende systeem van de flexi-jobs. Het flexi-jobstatuut biedt immers de mogelijkheid voor bepaalde werknemers én gepensioneerden om tegen gunstige voorwaarden en op een (fiscaal-)voordelige manier een centje bij te verdienen.

Eind 2023 werden de voornemens van de regering omtrent de wijzigingen aan dit statuut officieel omgezet in wetgeving, die sinds 1 januari 2024 van kracht is. In dit artikel zetten we graag de definitieve wijzigingen op een rij.

 

Meer sectoren voor flexi-jobs

Naast de huidige 10 sectoren, is het sinds 1 januari 2024 mogelijk om flexi-jobs in te zetten in de volgende 12 nieuwe sectoren:

Garagebedrijf

(PC 112)

Verhuisondernemingen

(PC 140.05)

Voedingsnijverheid

(PC 118.03, 118.07, 118.08, 118.09, 118.10, 118.11, 118.12, 118.14, 118.21, 118.22)

Vastgoedsector

(PC 323)

Begrafenisondernemingen

(PC 322)

Busvervoer

(PC 140.01)

Land-en tuinbouwsector

(PC 144, 145, 132)

Evenementensector

(NACE 90011, 90012, 90022, 90023, 90029, 90031, 90032, 90041, 90042, 82300, 93199, 77292, 77293, 77392, 77399 en 82300)

Rijscholen en opleidingscentra

(PC 200 – NACE 85.531)

Kinderopvang

(PC 331 – NACE 88.91)

Onderwijs Publieke sport-en cultuursector

(NACE 93.1 of 90)

 

De sociale partners van elke nieuwe sector en elke sector die niet hierboven genoemd is, hebben de mogelijkheid om jaarlijks de nood aan flexi-jobs binnen hun respectievelijke sector te evalueren.

Zo beschikken de nieuwe sectoren over de mogelijkheid om te beslissen of ze flexi-jobs al dan niet willen toelaten (zgn. “opt-out”). Sectoren waar flexi-jobs al mogelijk waren vóór de uitbreiding, hebben echter niet de optie om flexi-jobs uit te sluiten.

Andere sectoren waar er op vandaag – na de uitbreiding – nog steeds geen flexi-jobs mogelijk zijn, hebben de mogelijkheid om flexi-jobs in te voeren (zgn. “opt-in”).

 

Nieuwe beperkingen en regels rond flexi-jobs

Verhoging van de patronale lasten naar 28%

Hoewel je als flexi-jobber geen belastingen of sociale bijdragen betaalt op jouw flexiloon, is er daarentegen wel een bijzondere RSZ-werkgeversbijdrage verschuldigd. Deze wordt in de nieuwe regeling opgetrokken van 25% naar 28%.

 

Plafond voor flexi-jobinkomsten

De fiscale vrijstelling voor een flexi-jobwerknemer is sinds 2024 geplafonneerd op 12.000 EUR per jaar. De flexi-jobinkomsten boven dit bedrag zullen effectief belast worden.

De regering werkt momenteel aan een online toepassing waarmee flexi-jobbers hun inkomsten van een bepaald jaar kunnen opvolgen. Deze tool zal je normaal ook een verwittiging geven wanneer het inkomensplafond (bijna) overschreden wordt.

Voor wettelijk gepensioneerden – ouder dan 65 jaar – geldt er geen inkomensplafond: zij mogen onbeperkt bijverdienen. Voor vervroegd gepensioneerden zullen de normale inkomensbeperkingen onverkort blijven gelden (voor 2024 ligt de jaargrens op 9.850 EUR).

 

Minimum- en maximumloon

Sinds 1 januari 2024 dient elke flexi-jobwerknemer, behalve in de horecasector, steeds het sectorale minimumloon voor de betrokken functie binnen de sector te ontvangen.

Teneinde misbruiken te voorkomen besliste de regering ook om een maximumloon in te voeren. Het flexi-loon met inbegrip van alle premies, vergoedingen en voordelen, mag maximaal 150% van het basisloon voor die functie bedragen. De sectoren kunnen hier evenwel nog van afwijken via collectieve arbeidsovereenkomst.

 

Antimisbruikbepalingen

Geen flexi-job bij verbonden werkgever

Om als niet-gepensioneerde te kunnen flexi-jobben moet je tijdens het 3de kwartaal voor de flexi-job minstens een 4/5e – tewerkstelling hebben bij één (of meerdere) andere werkgever(s).

Vanaf 2024 wordt het begrip “andere werkgever” enigszins verstrengd: het is nu ook verboden om een flexi-jobwerknemer tewerk te stellen in een onderneming die aan jouw onderneming verbonden is.

Om na te gaan of er verbondenheid is tussen twee ondernemingen, kijkt men naar de definitie zoals omschreven in artikel 1:20 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Voorbeelden van “verbonden ondernemingen” zijn onder meer moeder- en dochtervennootschappen en ondernemingen die onder een centrale leiding staan (zgn. “consortium”).

Wachtperiode bij een switch van een voltijds naar een 4/5e – tewerkstelling

Tot slot is er sinds 1 januari 2024 ook een bijkomende voorwaarde voor werknemers die overschakelen van een voltijdse naar een 4/5e – tewerkstelling.

Indien je ervoor kiest om je fulltime job te verminderen tot een 4/5e – tewerkstelling die je zal combineren met een flexi-job, zal je een wachtperiode van 6 maanden (2 kwartalen) moeten respecteren. Deze wachtperiode – waarin je niet zal mogen flexi-jobben – start in het derde kwartaal na de overschakeling.

Bijvoorbeeld:

Lies beslist om vanaf 1 januari 2024 4/5e te werken bij haar huidige werkgever om te kunnen bijspringen als flexi-job in de horecazaak van haar vriendin.

Door de nieuwe regeling zal Lies een flexi-job mogen doen in de periode van april 2024 t.e.m. september 2024, maar niet in de periode van oktober 2024 t.e.m. maart 2025. De wachtperiode van 6 maanden start immers in het derde kwartaal na de overschakeling. Vanaf april 2025 zal Lies weer mogen flexi-jobben.

 

Aarzel zeker niet ons hier te contacteren bij vragen.

Twijfel je over de juiste aanpak voor jouw onderneming?  Maak dan hier een afspraak met onze pro experts!