Ben je gehuwd onder het wettelijk stelsel en bezit je aandelen van een vennootschap die toebehoren aan je eigen vermogen (omdat de vennootschap verkregen werd vóór het huwelijk of met eigen gelden)? Dan is een recent arrest van het Grondwettelijk Hof bijzonder relevant als je ooit te maken zou krijgen met een echtscheiding.
1. De situatie: eigen aandelen, maar toch gevolgen voor het gemeenschappelijk vermogen
Wanneer je gehuwd bent onder het wettelijk stelsel zijn er drie vermogens:
- Elke echtgenoot heeft een eigen vermogen, bestaande uit (1) de goederen die hij of zij al vóór het huwelijk bezat en (2) de goederen die tijdens het huwelijk worden verkregen via erfenis of schenking;
- Daarnaast is er het gemeenschappelijk vermogen waarin zich de inkomsten bevinden en goederen die tijdens het huwelijk worden aangekocht. Tot inkomsten behoren niet alleen de beroepsinkomsten, maar ook inkomsten van eigen goederen, zoals bv. dividenden op eigen aandelen. Dit vermogen behoort toe aan beide echtgenoten en wordt bij ontbinding (bv. bij echtscheiding) in twee gedeeld.
Oefen je jouw beroep uit in een vennootschap? Dan is de achterliggende gedachte bij een wettelijk stelsel dat het gemeenschappelijk vermogen hier geen nadeel mag van ondervinden. Dat nadeel ontstaat wanneer:
- (1) de aandelen eigen zijn
- (2) winsten in de vennootschap worden ‘opgepot’ en
- (3) er geen correcte vergoeding wordt uitgekeerd.
Vooral bij echtscheiding kan hieromtrent discussie bestaan, vermits de aandelenwaarde tot jouw eigen vermogen behoort en er in het gemeenschappelijk vermogen geen opbouw van vermogen is gebeurd door het gebrek aan uitkeringen.
Sinds een aantal jaar is in het Burgerlijk Wetboek voorzien dat je echtgenoot bij een echtscheiding alsnog aanspraak kan maken op wat het gemeenschappelijk vermogen redelijkerwijs had moeten ontvangen wanneer je jouw beroepsactiviteit niet via een vennootschap had uitgeoefend.
In een recent arrest van het Grondwettelijk Hof gaat het gaat echter nog een stap verder.
2. Wat besliste het Grondwettelijk Hof?
Het Hof bouwt zijn redenering op drie pijlers, vertrekkend vanuit de basis dat de gemeenschappelijkheid van beroepsinkomsten een fundamenteel kenmerk is van het wettelijk stelsel.
Van dat principe kunnen echtgenoten niet afwijken via een huwelijkscontract, noch volledig, noch gedeeltelijk.
2.1. Neutraliteit van beroepsuitoefening
Wanneer je jouwberoepsactiviteit uitoefent als werknemer of als zelfstandige via een eenmanszaak, genereer je beroepsinkomsten die automatisch tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.
Het principe dat deze beroepsinkomsten gemeenschappelijk zijn, mag niet worden omzeild door dezelfde activiteit via een eigen vennootschap uit te oefenen en de winsten ‘op te potten’.
2.2. De aandelen én hun meerwaarde blijven eigen
Aandelen die je met eigen middelen verwerft, blijven eigen, ook al stijgen ze in waarde dankzij jouw inspanningen/beroepsactiviteit tijdens het huwelijk.
2.3. Bij ontbinding is een vergoeding verschuldigd
Om het evenwicht te herstellen, kan het eigen vermogen een vergoeding verschuldigd zijn aan het gemeenschappelijk vermogen. Volgens het Grondwettelijk Hof omvat die vergoeding niet alleen de gemiste beroepsinkomsten, maar kan deze ook de meerwaarde van de aandelen omvatten voor zover die meerwaarde het gevolg is van jouw beroepsactiviteit tijdens het huwelijk.
Dat onderscheid is belangrijk. Stel: er bevindt zich een onroerend goed in de vennootschap dat niet verworven is met middelen afkomstig uit jouw beroepsactiviteit. De waardestijging van dit onroerend goed hoef je niet aan het gemeenschappelijk vermogen te vergoeden.
3. Een concreet voorbeeld
Feiten:
- Thomas richt in 2008 een IT-consultancybedrijf op waarin zich (sinds de oprichting) ook een kantoorgebouw bevindt.
- Thomas en Lisa trouwen in 2010 onder het wettelijk stelsel. De aandelen hebben bij aanvang van het huwelijk een waarde van € 50.000.
- Bij de echtscheiding in 2026 hebben de aandelen een waarde van € 600.000.
- De meerwaarde van € 550.000 komt t.b.v. € 50.000 voort uit waardestijging van het vastgoed als gevolg van stijgende marktprijzen en t.b.v. € 500.000 uit de beroepsactiviteit van Thomas tijdens het huwelijk.
De verdeling werkt als volgt:
- De aandelen zelf (ter waarde van € 600.000) blijven volledig eigendom van Thomas. Lisa verkrijgt geen aandelen.
- De gecreëerde meerwaarde van € 500.000 uit beroepsactiviteit van Thomas tijdens het huwelijk, zal door zijn eigen vermogen moeten worden vergoed aan het gemeenschappelijk vermogen.
- De waardestijging van het vastgoed van € 50.000 zal daarentegen niet vergoed moeten worden, aangezien deze meerwaarde niet het gevolg is van de beroepsactiviteit van Thomas.
Lisa krijgt dus geen aandelen, maar wél een financiële vergoeding. Het is aan haar om de omvang daarvan te bewijzen: ze is niet automatisch gelijk aan de helft van de meerwaarde.
4. En wat met een huwelijkscontract?
Door middel van een huwelijkscontract kan je afspraken maken waarin je afwijkt van de wettelijke spelregels, maar de mogelijkheden zijn gelimiteerd.
Opgelet: in sommige contracten doe je als echtgenoot van de aandeelhouder vooraf, in het huwelijkscontract, afstand van dit vergoedingsrecht. Een dergelijke clausule is echter relatief nietig.
Dit betekent dat je echtgenoot er bij een echtscheiding alsnog op kan terugkomen, waardoor de discussie over een mogelijke vergoeding opnieuw wordt geopend.
Wat wel mogelijk is: je kan in het huwelijkscontract waarderingsprincipes vastleggen, bijvoorbeeld:
- de waarde van de vennootschap bij het begin van het huwelijk;
- een expliciete clausule dat waardestijgingen van onroerende goederen die zich in de vennootschap bevinden (en niet met beroepsinkomsten gefinancierd werden) niet vergoed moeten worden.
Scheiding van goederen als alternatief
Wil je dergelijke discussies over de vergoedingen bij een eventuele echtscheiding vermijden en vooraf duidelijkheid creëren voor beide echtgenoten?
Dan kunnen ondernemers met eigen aandelen opteren om te huwen onder een stelstel van scheiding van goederen, eventueel aangevuld met solidariteitsmechanismen tussen de echtgenoten.
5. Onze conclusie
Het arrest van het Grondwettelijk Hof bevestigt dat de combinatie van een eigen vennootschap en een huwelijk onder het wettelijk stelsel een belangrijke impact kan hebben bij een echtscheiding.
Los van de principes rond vergoeding bij echtscheiding, zal bovendien in de praktijk blijken dat de berekening van de verschuldigde vergoeding vaak complex is. Het bepalen in welke mate de meerwaarde van de aandelen uit je beroepsactiviteit voortvloeit, vergt een grondige analyse en kan bij gebrek aan duidelijke voorafgaande afspraken tot discussies leiden.
Dit vraagt om een doordachte aanpak vóór problemen ontstaan en dus van bij aanvang van het huwelijk/de vennootschap.
Heb je vragen over jouw persoonlijke situatie?
Contacteer onze pro experts. We helpen je graag verder!