Nieuws  |  

27.01.2026

Btw in de kunstsector: wat verandert er vanaf 2026?

Heb je een vraag over dit artikel?
Contacteer ons hier!

Sinds 1 januari 2026 zijn de btw-regels voor de kunstsector ingrijpend veranderd. Onder invloed van aangepaste Europese regelgeving wordt de toepassing van de winstmargeregeling sterk beperkt. Dit heeft belangrijke financiƫle en praktische gevolgen voor kunsthandelaars, galerijen en andere spelers in de sector.

Om de concurrentiepositie van de Belgische kunstmarkt te vrijwaren, voert de wetgever tegelijk een belangrijke compensatiemaatregel in: het verlaagd btw-tarief van 6% wordt voortaan breder toepasbaar. In dit artikel lichten we de wijzigingen toe en schetsen we wat dit concreet betekent voor de praktijk.

 

In een notendop:

  • De margeregeling voor kunst wordt ingeperkt en geldt alleen nog als bij aankoop/invoer gƩƩn 6% btw gold.
  • Compensatie: 6% btw is nu van toepassing op alle verkopen waarvoor de margeregeling niet kan worden toegepast.
  • Dit is ongeacht de hoedanigheid van de verkoper.
  • Voorraad pre‑2026 valt onder normaal stelsel. Btw-aftrek alsnog mogelijk indien ingediend voor eind 2026.

 

Btw en kunst: een complex samenspel

De btw-behandeling van kunstvoorwerpen is al jaren complex. Het toepasselijke btw-tarief hangt onder meer af van de hoedanigheid van de verkoper en van de manier waarop het kunstwerk (kunstvoorwerp, verzamelobject of antiquiteit) werd aangekocht.

Tot voor kort gold het verlaagd btw-tarief van 6% bij verkoop in een professionele context enkel wanneer het kunstwerk werd verkocht door de kunstenaar zelf of door zijn rechthebbenden. Dit gold zowel voor lokale aankopen als voor intracommunautaire verwervingen en invoer.

Wanneer een kunstwerk werd verkocht door een andere partij, zoals een kunstgalerij of handelaar, was in principe het standaardtarief van 21% btw van toepassing. Dat tariefverschil plaatste kunsthandelaars in een minder gunstige concurrentiepositie.

 

De winstmargeregeling als oplossing

Om dat concurrentienadeel te milderen, voorzag de wetgever in de mogelijkheid om de zogenaamde margeregeling toe te passen bij wederverkoop. Onder deze regeling betaalt de handelaar geen btw op de volledige verkoopprijs, maar enkel 21% btw op de gerealiseerde winstmarge (het verschil tussen aankoop- en verkoopprijs).

De toepassing van de margeregeling was echter beperkt tot specifieke situaties. Zo kon het enkel worden toegepast wanneer het kunstwerk was verkregen aan het verlaagd btw-tarief en in volgende gevallen:

  • Kunstvoorwerpen die de handelaar zelf heeft ingevoerd;
  • Kunstvoorwerpen die geleverd werden door de maker of diens rechthebbenden aan de handelaar;
  • Kunstvoorwerpen geleverd door een andere btw-plichtige dan een wederverkoper wanneer deze levering door deze andere belastingplichtige is onderworpen aan het verlaagd tarief.

 

Wat verandert er vanaf 2026?

Verstrenging toepassing margeregeling

De Europese btw-richtlijn liet lidstaten tot nu toe de keuze om de winstmargeregeling toe te passen. Niet alle lidstaten maakten daarvan gebruik, wat leidde tot concurrentieverstoringen binnen de EU. Om dit tegen te gaan, werd de richtlijn aangepast.

Vanaf 1 januari 2026 mag de margeregeling enkel nog worden toegepast wanneer er bij de aankoop of invoer van het kunstvoorwerp geen verlaagd btw-tarief werd toegepast. In de praktijk betekent dit dat de margeregeling voor een groot deel van de kunsthandel wegvalt.

 

Compensatie

Om te vermijden dat de Belgische kunstsector hierdoor aan aantrekkelijkheid verliest, heeft de wetgever een compensatie ingevoerd. Voortaan is het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing op alle verkopen van kunstvoorwerpen waarvoor de margeregeling niet kan worden toegepast, ongeacht de hoedanigheid van de verkoper. Het verlaagd tarief is dus niet langer exclusief voorbehouden aan kunstenaars en hun rechthebbenden.

 

Enkele voorbeelden

De impact van de nieuwe regels verschilt naargelang de situatie. Enkele voorbeelden maken dit duidelijk:

Voorbeeld 1

  • Een kunstgalerij koopt een schilderij aan bij een Belgische kunstenaar aan 6% btw.
  • Bij wederverkoop in BelgiĆ« past de galerij eveneens 6% btw toe.
  • De galerij heeft geen mogelijkheid om de winstmargeregeling toe te passen op de wederverkoop.

Voorbeeld 2

  • Een kunsthandelaar koopt een beeldhouwwerk aan van een particulier en stelt hiervoor een aankoopborderel op.
  • Bij wederverkoop kan hij kiezen:
    • ofwel verkoopt hij onder de normale btw-regeling met 6% btw op de verkoopprijs,
    • ofwel past hij de margeregeling toe en betaalt hij 21% btw op de gerealiseerde winstmarge.

Voorbeeld 3

  • Een Belgische kunsthandelaar voert een schilderij in uit het Verenigd Koninkrijk en betaalt bij invoer 6% btw.
  • Bij doorverkoop aan een Franse galerij (met vervoer naar Frankrijk voor rekening van de Belgische handelaar) gebeurt de verkoop onder de normale btw-regeling en kan sprake zijn van een vrijgestelde intracommunautaire levering (indien aan de voorwaarden voldaan is).
  • De winstmargeregeling is hier uitgesloten.

Voorbeeld 4

  • Een Belgische kunstgalerij koopt een marmeren beeldhouwwerk aan bij een Italiaanse handelaar.
  • Het werk wordt in opdracht van de handelaar getransporteerd van ItaliĆ« naar BelgiĆ«. De aankoopfactuur vermeldt geen btw-bedrag, het betreft een vrijgestelde intracommunautaire levering in hoofde van de Italiaanse verkoper.
  • De aankoop dient door de Belgische kunstgalerij beschouwd te worden als een belaste intracommunautaire verwerving aan het tarief van 6%.
  • De wederverkoop van het werk zal eveneens plaatsvinden onder het normale btw-stelsel. De btw op de IC-verwerving is dus aftrekbaar.
  • De margeregeling kan niet toegepast worden op de wederverkoop.

 

Wat met goederen in voorraad?

Geen overgangsregeling

Voor kunsthandelaars kan zich een belangrijk overgangsprobleem voordoen bij werken die vóór 1 januari 2026 werden aangekocht aan 6% btw met de bedoeling ze onder de winstmargeregeling te verkopen. In die gevallen werd de btw op aankoop niet in aftrek gebracht.

Sinds 1 januari 2026 moeten deze werken echter worden wederverkocht onder het normale btw-stelsel. Er is geen overgangsregeling voorzien die de toepassing van de margeregeling alsnog toelaat. Het gevolg is wel dat de handelaar alsnog recht krijgt op aftrek van de btw op deze aankopen.

 

Recht op btw-aftrek

Het recht op aftrek moet in principe worden uitgeoefend in de btw-aangifte van het tijdvak waarin de aankoop plaatsvond, en als dit niet gebeurd is, uiterlijk vóór het einde van het derde kalenderjaar volgend op het jaar waarin de btw opeisbaar werd.

  • Concreet betekent dit dat de btw op aankopen tot en met 2023 nog in aftrek kan worden gebracht via een aangifte die voor eind 2026 wordt ingediend (Q3 2026 of november 2026).
  • Bij wijze van administratieve tolerantie aanvaardt de btw-administratie bovendien dat ook de btw op aankopen uit 2022 nog kan worden afgetrokken, eveneens uiterlijk voor het eind van 2026.

 

Conclusie

De hervorming van de btw-regels in de kunstsector vanaf 2026 betekent het einde van de ruime toepassing van de winstmargeregeling. Tegelijk zorgt de uitbreiding van het verlaagd btw-tarief van 6% voor een belangrijke compensatie en meer tarifaire eenvoud.

Voor kunsthandelaars en galerijen is het cruciaal om hun transacties en voorraad tijdig te analyseren, zodat btw-rechten correct worden toegepast en geen aftrekmogelijkheden verloren gaan.

 

Heb je vragen hierover?

Onze pro accountants & experts staan je graag bij!