Nieuws  |  

13.08.2025

Btw-verhoging op verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen: 8 veelgestelde vragen

Heb je een vraag over dit artikel?
Contacteer ons hier!

In de strijd tegen de klimaatverandering besliste de federale regering om de toepassing van het verlaagd btw-tarief te schrappen voor een aantal klimaatonvriendelijke producten.

Met ingang van 27 juli 2025 zullen daardoor de leveringen met plaatsing van centrale verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen in woningen voortaan onderworpen zijn aan 21% btw in plaats van 6%. Het verlaagd tarief was nog van toepassing op plaatsingen in woningen ouder dan 10 jaar die gerenoveerd werden of bij afbraak en wederopbouw van een woning.

Deze wijziging brengt natuurlijk heel wat praktische vragen met zich mee. In dit artikel beantwoorden we 8 veelgestelde vragen.

 

 

1. Welke diensten zijn onderhevig aan de tariefverhoging?

Oude situatie

De btw-wetgeving voorzag tot voor kort in een verlaagd btw-tarief van 6% voor de levering en plaatsing, of voor de plaatsing alleen van (een gedeelte van) bestanddelen van verwarmingsketels die werken op fossiele brandstoffen in volgende situaties:

  • De renovatiewerken verricht aan woningen ouder dan 10 jaar, als ze rechtstreeks worden gefactureerd aan de eindverbruiker;
  • De werken in onroerende staat in het kader van een afbraak en heropbouw van een woning:
    • door een natuurlijk persoon die deze zelf zal bewonen;
    • door een natuurlijk persoon/rechtspersoon die de woning voor minstens 15 jaar zal verhuren aan een erkende instantie voor sociale huisvestiging;
    • door een natuurlijk persoon/rechtspersoon die de woning voor minstens 15 jaar zal verhuren aan een natuurlijk persoon die er zijn domicilie zal hebben.
  • De levering van een heropgebouwde woning door een bouwpromotor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die er een van de hierboven genoemde bestemmingen zal aan geven.

Nieuwe situatie

Vanaf 27 juli 2025 wordt de levering met aanhechting aan een woning van bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen van het verlaagd tarief uitgesloten.

Het gaat dus om diensten die al dan niet gepaard gaan met een levering, de zogenaamde werken in onroerende staat. De loutere levering van materialen die betrekking hebben op dergelijke verwarmingsinstallaties zijn en blijven steeds onderworpen aan 21% btw.

 

2. Wat valt onder ‘fossiele brandstoffen’?

Het gaat concreet om aardgas, stookolie, steenkool en turf.

Houtbrandstoffen (zoals brandhout, briketten en pellets) vallen hier niet onder. Installaties op deze brandstoffen kunnen dus wel nog het verlaagd tarief genieten onder de bestaande voorwaarden.

 

3. Wat bedoelt men met ‘het specifieke gedeelte’ van een verwarmingsinstallatie op fossiele brandstoffen?

Onder het specifiek gedeelte word begrepen:

  • De eigenlijke verbrandingsketel, zowel als autonoom systeem of als subsidiair systeem bij bijvoorbeeld de plaatsing van een warmtepomp:
    • Thermische ketels die bedoeld zijn voor verwarming, warm water of een combinatie van beide;
    • De boiler verbonden met de ketel;
    • …
  • Alle onderdelen die intrinsiek deel uitmaken van de ketel:
    • Toevoerleidingen;
    • Mazout- of gastank;
    • Bevestigingsmateriaal;
    • Rookgasafvoer;
    • …
  • Alle met de ketel verbonden bestanddelen die strikt noodzakelijk zijn om deze te doen werken:
    • Op de ketel al dan niet geïntegreerde regel- en controletoestellen;
    • Circulatiepompen;
    • …
  • Kachels, radiators of convectoren die alleen op fossiele brandstoffen werken en met een vast verbindingsstuk verbonden zijn met een schoorsteenpijp en/of zijn aangesloten op leidingen nodig voor de aanvoer van energie:
    • Gaskachels- en haarden;
    • Stookoliekachels;
    • …

 

4. Blijft het ‘niet-specifieke’ gedeelte dan wel genieten van het verlaagd tarief?

Inderdaad. De bestanddelen die bestemd zijn voor verwarmingsinstallaties die niet werken op fossiele brandstoffen, of die er wel voor bestemd zijn maar die ook kunnen geïntegreerd worden in andere installaties kunnen het verlaagd btw-tarief blijven genieten.

Het gaat dan onder meer over de plaatsing van volgende bestanddelen: radiatoren en vloerverwarming met hun regelsystemen waarvan de werking niet afhankelijk is van een bepaalde warmtebron, hydraulische leidingen, thermostaten, sensoren, ontluchters, EMS-systemen, …

 

5. Een bestaande verwarmingsinstallatie op fossiele brandstoffen wordt vervangen door een nieuwe installatie. Wanneer kan het verlaagd tarief nog van toepassing zijn?

De afbraak van een oude installatie op fossiele brandstoffen op zich is geen werk in onroerende staat die het verlaagd tarief kan genieten. Dat is wel het geval als de afbraak gebeurt met het oog op de plaatsing van een nieuwe installatie die niet werkt op fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld een warmtepomp. In dat geval kan het geheel wel het verlaagd tarief genieten, voor zover de toepasselijke voorwaarden van het verlaagd tarief voldaan zijn.

Bijvoorbeeld: de vervanging van een verwarmingsinstallatie op mazout door een hoogrendementsketel op gas is onderworpen aan 21% btw, voor wat betreft de specifieke gedeelten van deze installatie.

 

6. Kan het verplicht tweejaarlijks onderhoud van de gasketel en eventuele herstellingswerken nog onderworpen zijn aan het verlaagd btw-tarief van 6%?

Ja, de herstellings- en onderhoudswerken van (niet-)specifieke gedeelten van verwarmingsinstallaties die werken op fossiele brandstoffen blijven het verlaagd btw-tarief genieten onder de voorwaarden van die regeling.

 

7. Ik ben loodgieter en installeer een warmtepomp met een subsidiaire aardgasketel in een woning ouder dan 10 jaar. Hoe stel ik mijn factuur op?

Deze levering met plaatsing betreft een installatie die voor een deel is uitgesloten van het verlaagd btw-tarief van 6% (specifieke gedeelte aardgasketel). De prijs op de factuur dient te worden opgesplitst zodoende elk deel het toepasselijk tarief te laten ondergaan.

Als de prijs niet wordt opgesplitst dan is het geheel onderhevig aan 21% btw. Bij wijze van tolerantie aanvaardt de administratie bij de plaatsing van hybride systemen dat de eventueel gevraagde globale prijs voor 35% wordt geacht betrekking te hebben op het specifieke gedeelte dat werkt op fossiele brandstoffen. De toepassing van het verlaagd tarief wordt dus beperkt tot 65% van de prijs van de hybride installatie.

 

8. Aan welk tarief is de plaatsing van de verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen onderworpen voor lopende contracten?

De uitsluiting op het verlaagd tarief is van toepassing vanaf 28 juli 2025 en voor leveringen van afgebroken en heropgebouwde woningen vanaf 1 juli 2025.

De administratie aanvaardt evenwel de toepassing van het verlaagd tarief voor zover de btw opeisbaar wordt uiterlijk op 30 juni 2026 voor aannemingsovereenkomsten gesloten uiterlijk op 28 juli 2025 en voor leveringen van afgebroken en heropgebouwde woningen uiterlijk op 30 juni 2025.

De leverancier heeft verschillende mogelijkheden om dit aan te tonen: een voor die datum voor akkoord ondertekende offerte of overeenkomst, een betalingsbewijs van een voorschot die betrekking heeft op dergelijke overeenkomst of een voor die datum voldoende gedetailleerde (voorschot)factuur.

 

Heb je vragen over de impact op jouw onderneming?

Jouw klantverantwoordelijke staat klaar om je te helpen en proactief te adviseren.